PROJECT REGELING ARMOEDE SCHULDEN 2017/2018

PROJECT REGELING ARMOEDE SCHULDEN 2018

LANDELIJK PROBLEEM LANDELIJKE OVERHEID

PROBLEMEN GEMEENTEN die de landelijke problemen moeten oplossen.

ALGEMEEN BELEIDS TEKORT

Onze samenleving wordt steeds complexer. Ingewikkelde regelgeving is daarbij zowel oorzaak als gevolg. Deels is dat onvermijdelijk. Maar er zijn ook beroepsgroepen die deze ingewikkelde regelgeving door onderlinge samenwerking bewust of onbewust in stand houden. Naar schatting gaat het om 1 miljoen personen in de zakelijke dienstverlening, de zorg en het openbaar bestuur die de samenleving jaarlijks bij benadering 90 miljard euro kosten. Dat doen zij door verdienmodellen centraal te stellen – hoe kan ik zoveel mogelijk eigen voordeel halen uit de klant, de consument, de patiënt – in plaats van dienmodellen: hoe kan ik zoveel mogelijk toegevoegde waarde leveren aan mijn klant, consument of patiënt? )

Bestaand beleid van de oude stempel tot veel bureaucratie leidt met hoge uitvoeringskosten en lage maatschappelijke meerwaarde
1.c) er veel ad hoc (en te gedetailleerd , op uitzonderingen gericht) beleidsontwikkeling plaats vindt waarbij ondanks hoge beleidsontwikkeling/ wetgevingskosten geen integrale en duurzame oplossingen worden gecreëerd voor wezenlijke maatschappelijke vraagstukken.
2.d) beleidsvorming te weinig gebaseerd is op een lange termijn visie op de moderne samenleving en teveel gebaseerd op traditionele politieke standpunten en op handhaving van belangen en machtsposities

ARMOEDE EN MENSEN RECHTEN

Het NIBUD heeft berekend dat de jaarlijkse kosten van de schuldenproblematiek 11 miljard bedragen. Er is dus bij alle partijen een groot belang om problematische schulden te voorkomen.

Van de 7 miljoen huishoudens in Nederland moeten er 221.000 langer dan vier jaar rondkomen van een inkomen onder de armoedegrens. Dit aantal is in 2015 toegenomen. Daarnaast lopen 626.000 huishoudens een risico op armoede. Dat blijkt uit cijfers die het CBS op 8 februari 2017 publiceerde.

In verschillende verdragen is terug te zien dat armoede en mensenrechten met elkaar zijn verbonden. In artikel 11 van het Internationale verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten (IVESCR) staat dat iedereen recht heeft op een behoorlijke levensstandaard. Ook heeft iedereen recht op bescherming tegen armoede en sociale uitsluiting. Dit is vastgelegd in artikel 30 van het Europees Sociaal Handvest (ESH). Volgens dit artikel moeten landen ervoor zorgen dat mensen in een situatie van sociale uitsluiting of armoede, toegang hebben tot werk, woning, onderwijs, cultuur en sociale en medische bijstand. Dit geldt ook voor mensen die risico lopen op armoede en sociale uitsluiting.

Armoede is dus niet alleen een tekort aan geld. In armoede leven kan slecht zijn voor de gezondheid. Mensen met een laag inkomen hebben vaker problemen met hun gezondheid. Maar ook andersom: mensen met gezondheidsproblemen hebben een groter risico om in armoede terecht te komen.

Mensen met een laag inkomen zijn beperkt in de mogelijkheden om deel te nemen aan de maatschappij. Zij hebben ook minder invloed op besluiten die hen aangaan. Dat vraagt, vanuit het perspectief van mensenrechten, om maatregelen waardoor niet alleen over maar ook met mensen wordt gepraat. Momenteel worden deze mensenrechten middels financiele uitsluiting geschonden.

Probleem 1. Kosten samenleving ( voor rekening van de belastingbetaler )Het NIBUD heeft berekend dat de jaarlijkse kosten van de schuldenproblematiek 11 miljard bedragen. Dit moet de belastingbetaler betalen.

Er is dus bij alle partijen een groot belang om problematische schulden te voorkomen. Stel je eens voor dat het mogelijk zijn om incasso’s te voorkomen. Dat zou een koopkrachtverbetering kunnen betekenen voor de betrokken huishoudens van 5 %. Het zou voor woningcorporaties, zorgverzekeraars en energieleveranciers een besparing betekenen van incassokosten en een vermindering van afgeschreven vorderingen. Voor werkgevers zou het een productiviteitsverbetering opleveren vanwege een verminderd ziekteverzuim. Voor de gemeente kan het een besparing opleveren in verminderde kosten voor schuldhulpverlening en voor vermindering van de kosten voor zorg en ondersteuning. Voorkomen is beter dan genezen. Het aantal mensen dat zich meldt bij schuldhulpverlening is de afgelopen jaren sterk gestegen. In 2014 meldden zich 92.000 mensen bij één van de bij de NVVK aangesloten instellingen voor schuldhulp. De gemiddelde schuld was € 38.500. Een groot deel van deze schuld bestaat uit incassokosten, deurwaarderskosten en in rekening gebrachte rente. Volgens sommige schattingen bestaat 40% van de gemiddelde schuld uit dit soort kosten. Vooral het CJIB is berucht voor de aanmaningskosten die ze in rekening brengen. Bij het CJIB wordt bij niet betalen eerst een verhoging van 50 % van de boete in rekening gebracht en daarna nog eens een verhoging van 100%. In het programma De Rijdende Rechter is mr. Frank Vissers al van leer getrokken tegen het CJIB naar aanleiding van een boete van € 2000,- die in korte tijd was opgelopen tot € 15.000 euro (13 december 2014).

Het hebben van schulden is niet alleen kostbaar voor de schuldenaren, maar ook voor de samenleving.

ZORGVERZEKERAARS Betalen de hoogste zorgkosten in de armste wijken.

Deze extra kosten moet de premiebetaler betalen.

Inwoners van Overvecht maken de hoogste zorgkosten van Nederland: 2571 euro per persoon per jaar. Dat is 25 procent meer dan mensen van dezelfde leeftijd in de rest van Nederland.

Niet alleen gemeten over alle drie de jaren, maar ook in 2013 is Overvecht het gebied met relatief de hoogste zorgkosten. Mensen hebben er relatief vaak last van chronische ziektes, zoals diabetes en COPD, en psychische aandoeningen.

Raadslid Bouchra Dibi is al tien jaar lang welzijnswerker. Armoede en sociale problemen zijn belangrijke oorzaken van de slechte gezondheid van de inwoners van Overvecht. Die leiden ertoe dat mensen er een ongezonde levensstijl op na houden.

“Mensen zijn vooral bezig met overleven”, zegt Dibi. “Hoe los ik mijn schulden op? Hoe zorg ik dat mijn verslaafde zoon hulp krijgt, of hulp bij depressie? De gezondheid komt dan onderaan,” zegt ze tegen RTL. Achterstandswijken hebben de meeste zorgkosten, samenhangend met armoede en schulden problemen.

De landelijke kosten hiervan zijn 30 tot 50 miljoen aan zorgkosten die worden verrekend in de premie voor iedereen.

Probleem 2. Onvoldoende professionalisering en inzicht in de leefwereld en behoeften van client.

Professionals uit de bureaucratie maar ook de vele goed bedoelende vrijwilligers leven in een andere wereld dan de mensen die in armoede leven en een beroep doen op deze zogenaamde professionals. Deze professionals hebben geen enkele notie, begrip of inlevingsvermogen in de wereld en stress van de client.

Mensen in armoede hebben geen of onvoldoende toegang tot hun basisrechten. Aan de basis hiervan liggen structurele uitsluitingsmechanismen. Dit heeft belangrijke effecten op verschillende facetten van het leven van mensen in armoede. Zo heeft deze uitsluiting enorme gevolgen voor de gevoelswereld van mensen in armoede. Dit zorgt er ook voor dat mensen in armoede andere kennis en vaardigheden opbouwen dan de rest van de samenleving. Bovendien worden de krachten die mensen in armoede ontwikkeld hebben door het opgroeien in een situatie van armoede en sociale uitsluiting, vaak niet gezien. Al deze elementen zorgen ervoor dat mensen in armoede het moeilijk hebben om deel te nemen aan de samenleving (participatie). Deze verschillende effecten die een leven in armoede en sociale uitsluiting met zich meebrengen staan niet los van elkaar, ze beïnvloeden en versterken elkaar.

Deze structurele uitsluitingsmechanismen en de verschillende effecten hiervan zorgen voor een kloof, ‘een missing link’ tussen het leven van de arme en dat van de niet-arme. Deze missing link gaat over een niet kennen van elkaars leefwereld, elkaars gevoelens en verwachtingen, elkaars kennis en vaardigheden, elkaars krachten, elkaars waarden en normen, elkaars denkpatronen en oplossingsstrategieën, elkaars evidenties, enz. De missing link gaat evenzeer over het zich niet bewust zijn dat men al die aspecten van elkaars leefwereld niet kent. Dit niet begrijpen van elkaar, zorgt voor voortdurende misverstanden in de communicatie. Beide partijen voelen zich onbegrepen.

(uit de visietekst van vzw De Link)

Werken met opgeleide ervaringsdeskundigen is een aanzet om zicht te krijgen op de missing link. Voor de vele vragen die armoede stelt zijn geen pasklare antwoorden. Het is in de dialoog zelf dat we wegen ontdekken om de missing link te overbruggen.

Probleem 3. Ongerijmdheden in het huidige systeem

Om van radicale schuldpreventie werk te maken moet wel worden gebroken met een interpretatie van eigen verantwoordelijkheid die zeer dominant is. In deze dogmatische interpretatie is het ieders eigen verantwoordelijkheid om de tering naar de nering te zetten. Elke bemoeienis wordt in deze visie gezien als inperking van de eigen verantwoordelijkheid. De dominantie van dit gedachtengoed heeft geleid tot een aantal ongerijmdheden in het huidige systeem. Eigen verantwoordelijkheid zou er in principe toe moeten leiden dat mensen ook ongelimiteerd consequenties moeten dragen van hun keuzes. De consequentie zou zijn dat mensen met huurschulden uit hun huis worden gezet, dat mensen worden afgesloten van energie, dat ze op grote schaal worden doorgestuurd naar het Zorginstituut Nederland. Deze consequenties van het gehamer op eigen verantwoordelijkheid willen gemeenten terecht niet voor hun rekening nemen. En dus wordt er veel geld gestoken in schuldhulpverlening.

Overal worden convenanten afgesloten om huisuitzettingen en afsluitingen te voorkomen. Schuldeisers steken veel geld en tijd in incassomaatregelen. Het netto effect van deze onevenwichtige omgang met eigen verantwoordelijkheid is dat we eerst heilig geloven in eigen verantwoordelijkheid om vervolgens een heel duur apparaat op te tuigen om mensen te disciplineren die de eigen verantwoordelijkheid niet aan kunnen. Bij die disciplinering wordt bovendien veel vaker de stok gehanteerd dan de wortel. Mensen die niet betalen krijgen incassokosten, deurwaarderskosten en rente in rekening gebracht. De schulden worden zo niet kleiner maar groter. Het gevolg van deze ongerijmdheden in het huidige systeem is dat er veel geld wordt gestoken in schuldhulpverlening en aan schuldregelingen, maar veel minder geld wordt gestoken in preventie. En deze dominante aanpak vloekt tegelijkertijd met inzichten uit de psychologie over het ontstaan van schulden.

Het hebben van problematische schulden is geen monopolie van huishoudens met een laag inkomen. Uit onderzoek van het Panteia blijkt dat 30% van de Nederlandse huishoudens te kampen heeft met betalingsachterstanden.

Als mensen geconfronteerd worden met een scheiding of ontslag kunnen ook mensen met een midden of een hoger inkomen te maken krijgen met problematische schulden. Dat laat onverlet dat een groot deel van de mensen die zich meldt bij de schuldhulpverlening moet rondkomen van een minimuminkomen. Sinds 2011 is het percentage ontvangers van

schuldhulpverlening met een inkomen tot modaal gestegen van 74 % tot 87 %.

Uit de minima-effect rapportage gemeente Den Haag 2015 van het NIBUD blijkt dat diverse typen huishoudens domweg onvoldoende inkomen hebben om rond te komen. In Den Haag komt een paar op het minimum (zonder kinderen), na gebruik te maken van de gemeentelijke financiële ondersteuning, € 66,- per maand tekort. Een paar op het minimum, met twee kinderen van 3 en 5, komt € 60 tekort. Een paar op het minimum, met kinderen van 12 en 14 jaar, komt zelfs € 174 per maand te kort om alle uitgaven te doen die het NIBUD als norm hanteert. Het hoogste tekort is een paar met een inkomen van 120% van het minimum met twee kinderen van 12 en 14. Zo’n huishouden komt € 183,- tekort.

Door de hoge huurstijging van 2013 en 2014 en de gelijktijdige versobering van de huurtoeslag is het alleen nog maar moeilijker geworden om rond te komen. Het is de vraag of het ontstaan van betalingsachterstanden in zulke gezinnen het gevolg is van een gebrek aan eigen verantwoordelijkheid of van een onmogelijke opgave.

In de berekeningen van het NIBUD worden geen kosten opgenomen voor incasso, deurwaarders of rente. De veronderstelling is dat mensen tijdig aan hun verplichtingen kunnen voldoen en hun financiële planning onder controle hebben

Het gaat om drie mechanismen die elkaar versterken. Allereerst hebben mensen met weinig geld geen buffer om tegenvallers op te vangen. Het betekent dat een tegenvaller al snel tot een negatieve spiraal leidt. Een tegenvaller zet zo een serie van tegenvallers in werking. Een naheffing van de belastingdienst leidt tot het niet betalen van de huur, dat leidt weer tot incassokosten en is de ene tegenvaller een opmaat voor een volgende tegenvaller. Het tweede mechanisme is de oriëntatie op de korte termijn. Mensen die geconfronteerd worden met schaarste gaan leiden aan tunnelvisie. Het CJIB dreigt nu met gijzeling om betaling af te dwingen, dus betaal ik andere dingen niet om nu dit probleem op te lossen.

Het is het mechanisme waarin het ene gat gevuld wordt met het andere. De eerste twee fenomenen waren goeddeels bekend. Het derde element is relatief nieuw.

Mullainathan en Shafir maar ook Dick Swaab Het creatieve brein, Hoe mens en wereld elkaar maken, laten zien dat mensen die geconfronteerd worden met schaarste, meer stress ervaren. Deze stress gaat ten koste van wat zij bandbreedte noemen; namelijk het werkgeheugen van de hersenen.

Ze halen onderzoek aan waaruit blijkt dat boeren in India in periodes van armoede en stress op een IQ-test 11 punten lager scoren dan in periode van voorspoed en ontspanning. De combinatie van het ontbreken van een buffer, tunnelvisie en verminderde bandbreedte biedt een goede verklaring voor het fenomeen van Baldwin: het is duur om arm te zijn.

Zelfbinding In een hele strikte interpretatie van eigen verantwoordelijkheid is elke bemoeienis een inbreuk op de vrijheid. Deze strikte interpretatie is gebaseerd op een negatief vrijheidsbegrip. Iemand is vrij als hij vrij is van belemmeringen van buiten. Daar staat een positief vrijheidsbeeld tegenover. Bij dit positieve vrijheidsbegrip gaat het niet om vrij zijn van belemmeringen, maar vrij zijn om de eigen levensvoorkeuren tot uitdrukking te brengen. Een negatief vrijheidsbeeld is gebaseerd op een tegenstelling tussen een eenduidige eigen wil en een vijandige buitenwereld. Beide elementen uit het negatieve vrijheidsideaal zijn illusies. Mensen hebben tegenstrijdige wensen. In de filosofie wordt wel een onderscheid gemaakt tussen eerste en tweede orde voorkeuren.

Radicale schuldpreventie moet zich richten op het verleiden van mensen om zich te binden, om zich te wapenen tegen de verleiding om het geld te besteden aan andere dingen dan hun financiële verplichtingen. Het gekke is namelijk dat mensen helemaal niet vrij zijn om de huur, de zorgverzekering of hun gas en licht niet te betalen. Het zijn niet voor niks financiële verplichtingen. De praktijk is alleen zo dat we mensen elke maand in de verleiding brengen om niet aan hun verplichtingen te voldoen. In plaats van mensen elke maand in de verleiding te brengen om de vaste lasten niet te betalen is het beter om ze te verleiden om hun financiën zo in te richten dat er een verzekerde betaling is van de vaste lasten. Zo worden problematisch schulden voorkomen. Deze andere inrichting van de financiën is zo bezien geen inbreuk op de vrijheid, maar een versterking van de vrijheid.

Een laatste vraagteken betreft de effectiviteit van budgettrainingen. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat er veel budgettrainingen nodig zijn voor ze effect hebben. De meeste budgettrainingen zijn daarentegen kortstondig. Voor Mullainathan en Shafir is de gebrekkige effectiviteit van budgettrainingen geen verrassing. Het is niet makkelijk om mensen die te kampen hebben met een beperkte bandbreedte iets te leren. Een bewindvoerder vatte het kernachtig samen: ‘Je moet mensen niet iets leren, je moet ze faciliteren.’

De vuistregel van Mullainathan en Shafir sluit precies aan bij het systeem dat bewindvoerders hanteren. Daar wordt gewerkt met twee rekeningen. Een rekening waar het geld binnenkomt en waar de vaste lasten van worden betaald en een rekening waar het leefgeld naartoe wordt overgemaakt. Dit simpele systeem voorkomt dat er nog incassokosten worden gemaakt en geeft mensen inzicht in hoeveel geld ze per week te besteden hebben. Een bewindvoerder die we hebben geïnterviewd, vertelde hoe zeer haar klanten verrast zijn dat ze ineens in staat zijn om te sparen en een buffer te vormen voor tegenslagen. Ze hebben altijd gedacht dat ze het einde van de maand niet zouden halen omdat er structureel te weinig binnen kwam. En alles dat werd uitgegeven ook echt noodzakelijke uitgaven leken.Budgetbeheer en bewindvoering hebben ook een nadeel. Mensen krijgen pas budgetbeheer als ze het zelf niet kunnen. Het is dus een maatregel voor mensen die falen. Het plaatst mensen bovendien in een afhankelijke positie ten opzichte van de budgetbeheerder of de bewindvoerder. Zij bepalen immers of de buffer gebruikt mag worden voor extra uitgaven. Het stimuleert zo een bedelrelatie tussen de bewoner en de budgetbeheerder. Interessanter is het daarom om te verkennen of het mogelijk is om de vuistregels van het budgetbeheer te gebruiken voor een systeem waarin mensen vrijwillige kiezen voor zelfbinding en daarvoor beloond worden met een leven zonder kosten voor incasso’s en deurwaarders. Het is dan niet een systeem voor mensen die falen, maar voor mensen die zelfbewust kiezen voor een andere inrichting van hun financiën.

Deze radicale schuldpreventie levert ook grote besparingen op voor de ontvangers van de vaste lasten, voor werkgevers en voor de gemeenten. Het verdient aanbeveling om de uitgespaarde maatschappelijke kosten deels te verzilveren en de opbrengst te gebruiken om radicale schuldpreventie te kunnen financieren. Dat betekent dat alle partijen die winst hebben bij een systeem een bijdrage leveren aan de financiering van deze financiële dienstverlening.

Problemen van inwoners van Gemeenten

Binnen de Gemeente worden door overheden steeds meer ontwikkelingen gevraagd waarbij de samenleving steeds meer regulerend en organiserend optreedt en waarbij de overheid een beperkte scheppende en stimulerende rol speelt. Het burgerinitiatief betrekt burgers bij de ontwikkeling en kunnen dus mee bijdragen aan het publieke domein, waarbij sociaal aandeelhouderschap een onderdeel is. Echter veel Gemeenten hebben de subsidies voor armoedebestrijding in de algemene pot gezet en houden vast aan de subsidiering van de huidige gevestigde orde waardoor innovatie onmogelijk wordt gemaakt.

Probleem 1. Wanbetaling zorgverzekeringen.

Eén op de zes mensen in de bijstand is een wanbetaler voor de zorgverzekering. Zij moeten de bestuursrechtelijke premie betalen aan het Zorginstituut Nederland. Deze premie bedraagt € 152,30 per maand. Dat is ongeveer € 50 euro per maand meer dan een gewone basisziekteverzekering. Dat is € 600 per jaar. Het is een pijnlijk voorbeeld van het mechanisme dat James Baldwin benoemt. Juist mensen met weinig geld zijn duurder uit. Amerikaans onderzoek heeft laten zien dat mensen met een bescheiden inkomen tot wel 5% van hun inkomen kwijt zijn aan incassokosten, deurwaarderskosten en debetrente. Vergelijkbare cijfers voor Nederland kennen wij niet, maar incassomedewerkers van woningcorporaties en zorgverzekeringen herkennen het fenomeen. Er zijn mensen die herhaaldelijk hun verplichtingen pas nakomen nadat incassokosten in rekening zijn gebracht.

Probleem 2. Arbeidsparticipatie

Mensen met schulden zitten naar schatting 4-12 maanden langer in een uitkering. Werknemers met financiële problemen zijn gemiddeld 9 dagen per jaar meer ziek.

Voor een derde van de werkgevers vormen financiële problemen een reden om een tijdelijk contract niet te verlengen. Waarom ze dat doen wordt in het rapport niet vermeld. Het kan zijn dat ze financiële problemen zien als een risico voor het goed functioneren van de medewerker. Een groot deel van de bewoners die zich melden bij sociale wijkteams hebben financiële problemen. De financiële problemen zijn dan ook vaak een belemmering om het heft in eigen hand te nemen.

Probleem 3: Uithuis zettingen

Het aantal vonnissen voor uit huis zettingen wegens huurschuld of wanbetaling hypotheek is 19.000 per jaar waarbij ongeveer 10.000 per jaar effectief worden uitgevoerd. Jaarlijks worden dus tienduizend gezinnen met of zonder kinderen op straat gezet.

Kleine Gemeenten kunnen niet zeggen dat deze problematiek niet speelt, elke Gemeente heeft te maken met deze problemen. Elke uit huis zetting is schending van het mensenrecht op goede huisvesting. De medewerker van de woningcorporatie vertelde dat er mensen zijn die wel drie keer per jaar de incassokosten betalen. Dat is € 120 per jaar. Sommige huurders komen pas in actie nadat een woningcorporatie een gerechtelijke uitspraak heeft om over te gaan tot ontruiming. De kosten van zo’n traject bedragen een slordige € 700 die bij de huurder in rekening worden gebracht. Zo ontstaat gemakkelijk een negatieve spiraal waarbij mensen alleen maar dieper in de financiële problemen komen te zitten.

Probleem 4. Laag geletterdheid. Analfabetisme en Non inburgering

Maar liefst 2,5 miljoen mensen in Nederland van 16 jaar en ouder hebben moeite met lezen, schrijven, en/of rekenen. In de leeftijdsgroep tussen de 16 en 65 jaar gaat het om 1,3 miljoen Nederlanders die moeite hebben met taal. In tegenstelling tot wat veel mensen misschien denken is tweederde van deze mensen van Nederlandse afkomst. Schaamte, onbegrip en voor dagelijkse bezigheden afhankelijk zijn van anderen. Moeite hebben met lezen en schrijven heeft grote gevolgen. Wanneer je informatie niet goed begrijpt, is de kans groot dat je minder zelfredzaam, minder sociaal actief en minder gezond bent dan geletterde mensen. Je vindt bijvoorbeeld minder snel een baan en je hebt minder grip op je geldzaken en gezondheid.

Laaggeletterdheid is een term voor mensen die grote moeite hebben met lezen, schrijven en/of rekenen. Mensen die laaggeletterd zijn, zijn geen analfabeten. Ze kunnen wel lezen en schrijven, maar beheersen niet het eindniveau vmbo of niveau mbo-2/3. Alle brieven van de overheid zijn gesteld in het hoogste taalniveau. Mensen die laaggeletterd zijn hebben onder meer moeite met:

Formulieren invullen (zorgtoeslag, belasting, etc.)

Straatnaamborden lezen, reizen met openbaar vervoer

Voorlezen aan (klein)kinderen

Pinnen en digitaal betalen

Werken met de computer, solliciteren

Begrijpen van informatie over gezondheid en zorg

OPLOSSING EN ACTIVITEIT 1. ONS DIENMODEL

Er is gezien de systeem fouten zie probleem 1, 2 en 3. een nieuwe Politieke (proces) innovatie nodig omdat:
1.a) beleid niet (voldoende) in samenwerking met burgers en bedrijven wordt gevormd; waarbij een enorm potentieel aan kennis en kunde ongebruikt blijft
2.b) bestaand beleid van het oude stempel tot veel bureaucratie leidt met hoge uitvoeringskosten en lage maatschappelijke meerwaarde
3.c) er veel ad hoc (en te gedetailleerd , op uitzonderingen gericht) beleidsontwikkeling plaats vindt waarbij ondanks hoge beleidsontwikkeling/ wetgevingskosten geen integrale en duurzame oplossingen worden gecreëerd voor wezenlijke maatschappelijke vraagstukken.
4.d) beleidsvorming te weinig gebaseerd is op een lange termijn visie op de moderne samenleving en teveel gebaseerd op traditionele politieke standpunten en op handhaving van belangen en machtsposities

Politieke procesinnovatie moet leiden tot het op een productieve wijze tot stand brengen van integrale, duurzame, effectieve en betaalbare/ beheerbare oplossingen voor wezenlijke maatschappelijke vraagstukken gebruik makend van het kennispotentieel van burgers en bedrijven. Voorbeelden van wezenlijke maatschappelijke vraagstukken zijn: wonen en leven, integratie, duurzaamheid, kennisintensieve economie, mobiliteit, veiligheid.

Kenmerken van een innovatief politiek “bedrijf” zijn:
•meer gericht op feiten dan op modieuze opvattingen en hypes
•meer vanaf het begin samenwerken dan achteraf verkrijgen van draagvlak (van burgers, etc.)
•meer lering trekken (evaluatie) dan telkens nieuwe bedenksels lanceren
•meer proactief, op basis van visie, dan reactief, op basis van incidenten of calamiteiten
•meer integraal of holistisch dan fragmentarisch vanuit kokervisies of beleidskoninkrijkjes
•meer forceren van doorbraken dan fijnmazig verbeteren van de bestaande verhoudingen
•meer vanuit netwerken en ketens dan vanuit grootschalige, anonieme en verbureaucratiseerde (met functiescheiding/taaksplitsing) overheidsorganisaties
•meer vanuit het algemeen belang dan vanuit de vele uitzonderingen en deelbelangen
•meer normale mensentaal dan academisch jargon
•meer vanuit dienstbaarheid dan vanuit macht
•meer vanuit kennisdelen dan vanuit afschermen en beveiligen van kennis

ACTIVITEIT 1. ONS DIENMODEL

ONDERSTEUNING VAN MENSEN DIE MOEITE HEBBEN OM MEE TE DOEN.

HUMAAN LOKAAL / VERSTERKEN VAN ZELFREDZAAMHEID / ONDERLINGE HULPVERLENING / BURGERSCHAP / PARTICIPATIE.

We organiseren hiervoor de volgende activiteiten:
•inburgering statushouders/ vluchtelingen
•studie. huiswerkbegeleiding, jeugd en jongerenwerk / preventieve jeugdzorg/ buitenschoolse opvang

*taalhuis- aanpak van laaggeletterdheid.
•zorgmentoren begeleiding en mantelzorgondersteuning, persoonlijke ontwikkeling en verwerving van kennis houding en vaardigheden
•sociaal juridische hulpverlening ook aan klein zelfstandigen
•opvoedondersteuning voor ouders van kinderen tot 23 jaar
•netwerkversterking voor iedereen, ouderen in het bijzonder, waarbij participatie en zelfredzaamheid centraal staan
•onderlinge hulp verlening aan medemensen
•sociaal aandeelhouderschap/ participatie en meedoen.
•laagdrempelig aanbod van muziek/ film/theater/toneel/cultuur

Wij bevorderen tevens hierdoor de sociale cohesie, door het aanbod van laagdrempelig aanbod van muziek, theater, toneel, cultuur.

ACTIVITEIT 2.

HET BEREIKEN EN MOTIVEREN VAN MOEILIJK BEREIKBARE GROEPEN MENSEN MET FINANCIELE PROBLEMEN

Mensen met schulden zijn alleen te bereiken via deurwaarders, Gemeentelijke overheden, de sociale dienst, team welzijn, de energie maatschappij, de zorgverzekeraar en de woningbouw cooperatie.

Onze activiteit is het verbinden en samenwerken met deze keten partners om samen met hen een inventarisatie te maken van de mensen met schulden en daarop af gaan.

Een tweede activiteit is het organiseren van open spreekuren, koffieochtend en middagen of avonden. Een plek waar deze mensen terecht kunnen voor hun problemen en ervaringsdeskundigen en lotgenoten treffen kunne.

Er worden dus wijkteams georganiseerd met open avonden die de schuldenproblematiek aankaart in de wijken. Laagdrempelige koffie bijeenkomsten, eettafels en culturele avondjes met muziek of film is een van de mogelijkheden om deze mensen te bereiken.

ACTIVITEIT 3

HET VERSTERKEN VAN AANDACHT VOOR ARMOEDE EN SCHULDEN IN HET SOCIAAL DOMEIN EN WIJKAANPAK.

Was die overheid er niet juist om de burger verder te helpen? Dat zou betekenen dat de burger centraal staat en dat de overheid het niet moet bedenken voor de burger, maar dat de burger het moet bedenken voor de overheid. En… in die situatie stelt diezelfde burger de eisen waarlangs de overheid wel of niet de participatieladder op mag. En ziedaar: de rollen op de participatieladder moeten worden omgedraaid! Het uitgangspunt is niet dat de burger steeds meer betrokken wordt door de overheid, maar dat de overheid steeds meer betrokken wordt door de burger, naarmate die dat nodig acht. Als de burger er zelf uitkomt, dan wordt het gemeentebestuur geïnformeerd over de uitkomsten en wordt dat het besluit. Als de burger er niet goed uitkomt, dan wordt het gemeentebestuur geraadpleegd of om advies gevraagd. Of misschien wil de burger uiteindelijk wel coproduceren, of samen beslissen met het gemeentebestuur.

SOCIALE COOPERATIE / BEWONERSBEDRIJF

WIJ HUMAAN LOKAAL WILLEN GAAN WERKEN MET DE OPRICHTING VAN BEWONERSBEDRIJVEN.

MEN WERKT DAN IN SOCIALE COOPERATIES IN DE WIJK. Een Sociale Coöperatie is een organisatie van burgers met lage inkomens gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid. Ondernemerschap staat in het teken van zélf activiteiten ontplooien.

. Bewoners hebben de bestuurlijke leiding en zij beslissen of en zo ja, welke beroepskrachten ingehuurd moeten en kunnen worden.

Het BewonersBedrijf: werkt aan economische, fysieke en sociale ontwikkeling van een gebied waarin bewoners zichzelf herkennen

Is onafhankelijk, zelfvoorzienend en winst vloeit terug naar de wijk en komt niet bij private personen terecht Is geïnitieerd door (komt voort uit) bewoners, is in bezit van bewoners en wordt bestuurd door bewoners

Is gericht op samenwerking met bewonersverenigingen, lokale overheid, instellingen en bedrijven.

Zo ontstaat een dynamische omgeving waarin heel veel verschillende mensen een plek en/of een dagbesteding vinden. Jong of oud, gezond of ziek, lager of hoger opgeleid, ondernemers of bewoners, allochtoon of autochtoon.

SOCIALE SUPERMARKT

De dagelijkse boodschappen doen kan voor mensen met een minimuminkomen een dure en moeilijke kwestie zijn een nieuwe supermarkt waar minima voor bijna de helft van het geld hun dagelijkse boodschappen kunnen doen.

Het doel van de sociale supermarkt is om niet alleen mensen met weinig inkomen te helpen aan goedkope boodschappen, maar tegelijkertijd ook ervoor te zorgen dat mensen met een uitkering aan het werk kunnen in de sociale supermarkt, zich daar verder ontwikkelen, en uiteindelijk zelfs door kunnen stromen tot werk in bijvoorbeeld een reguliere supermarkt.

De super streeft ernaar om vijfhonderd producten aan te bieden, alles wat je normaal ook in een supermarkt kunt kopen, maar dan maar van één merk en flink goedkoper. Klanten zijn slechts een paar tientjes per maand kwijt zijn. „Mensen moeten bij ons wel gewoon betalen voor de boodschappen”, Hoe weinig het ook is, mensen moeten leren de waarde van geld te zien en daarmee om te gaan.” Er zal geen alcohol of tabak verkrijgbaar zijn.

Daarnaast zal er ook een restaurantgedeelte komen waar minima voor vijf euro een driegangendiner kunnen krijgen, samengesteld van dagverse producten die anders wellicht weggegooid zouden worden. „Op termijn willen we nog sterker voedselverspilling tegengaan, dit is een eerste stap. De supermarkt zal worden gerund door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. De supermarkt bedoeld voor mensen met een minimuminkomen. Klanten kunnen ook zelf een beroep doen op de kortingen in de supermarkt. „Denk aan AOW’ers, ZZP’ers met een nog klein inkomen”,wij doen dan een korte check naar hun inkomen en dan is het goed. Ook andere mensen zijn welkom, het is een gewone supermarkt, alleen laten minima een pasje zien bij de kassa. We willen niet dat mensen voortdurend worden geconfronteerd met hun problemen: we willen geen stigmatisering.” Daarom is de supermarkt ook open voor mensen met een modaal of bovengemiddeld inkomen.

We hopen dat we uiteindelijk geld overhouden, zodat we nog meer mensen een betaalde baan kunnen aanbieden en de prijzen nog verder omlaag kunnen gooien.” De bedoeling is dat de sociale supermarkt zo succesvol wordt dat het concept uitgerold kan worden naar andere steden in Nederland.

—————————————————————————————————————–

PROJECT EN BEGROTINGS / INVESTERINGSPLAN AANPAK ARMOEDE SCHULDEN ONS DIENMODEL

• Het met de subsidie beoogde resultaat
1.SOCIALE SUPERMARKT

De dagelijkse boodschappen doen kan voor mensen met een minimuminkomen een dure en moeilijke kwestie zijn, daarom willen wij een nieuwe supermarkt waar minima voor bijna de helft van het geld hun dagelijkse boodschappen kunnen doen.

Het doel van de sociale supermarkt is om niet alleen mensen met weinig inkomen te helpen aan goedkope boodschappen, maar tegelijkertijd ook ervoor te zorgen dat mensen met een uitkering aan het werk kunnen in de sociale supermarkt, zich daar verder ontwikkelen, en uiteindelijk zelfs door kunnen stromen tot werk in bijvoorbeeld een reguliere supermarkt.

De super streeft ernaar om vijfhonderd producten aan te bieden, alles wat je normaal ook in een supermarkt kunt kopen, maar dan maar van één merk en flink goedkoper. Klanten zijn slechts een paar tientjes per maand kwijt zijn. „Mensen moeten bij ons wel gewoon betalen voor de boodschappen”, Hoe weinig het ook is, mensen moeten leren de waarde van geld te zien en daarmee om te gaan.” Er zal geen alcohol of tabak verkrijgbaar zijn.Daarnaast zal er ook een restaurantgedeelte komen waar minima voor vijf euro een driegangendiner kunnen krijgen, samengesteld van dagverse producten die anders wellicht weggegooid zouden worden. „Op termijn willen we nog sterker voedselverspilling tegengaan, dit is een eerste stap. De supermarkt zal worden gerund door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. De supermarkt bedoeld voor mensen met een minimuminkomen. Klanten kunnen ook zelf een beroep doen op de kortingen in de supermarkt. „Denk aan AOW’ers, ZZP’ers met een nog klein inkomen”,wij doen dan een korte check naar hun inkomen en dan is het goed..
1.GOEDE BUDGETCOACHING / SCHULDHULPVERLENING / BEWINDVOERING RADICALE INTEGRALE SCHULDPREVENTIE MET DE METHODIEK TAAKGERICHT CASE WORK

Het idee dat voorkomen beter is dan genezen, is geen originele gedachte. Het is ook niet waar dat niks wordt gedaan aan preventie. Mensen zijn pas bereid om iets te leren of te veranderen als ze weten welke vaardigheden hen ontbreekt. Wat vaak ontbreekt is het geloof dat er iets aan te doen is. Want financiële problemen hangen bijna altijd samen met problemen op andere levensdomeinen. De vaardigheden die nodig zijn hier zelfvoorzienend in te worden overlappen met elkaar: prioriteren, ordenen en plannen. Als er alleen aandacht is voor het opbouwen van financiële vaardigheden blijft het gezinssysteem op andere fronten nog altijd kwetsbaar. De belangrijkste strategie van het taakgericht casework berust op de veronderstelling dat de effektiviteit van de in het casework toegepaste methoden vergroot kunnen worden door de klient te helpen en aan te moedigen een zelf gekozen doel binnen een kort tijdsbestek te verwezenlijken. De methodiek is zeer goed toepasbaar op concrete doelen.
1. 100 GEMEENTEEN EEN SOCIALE COOPERATIE/ SOCIALE SUPERMARKT
2. 100 GEMEENTEN 100 BIJSTANDSGERECHTIGDEN UIT DE BIJSTAND VIA REINTEGRATIE/ SCHULDHULPVERLENING / TRAJECTBEGELEIDING/JOBCOACHING.
3.BESPARING VAN ZORGKOSTEN IN DE ARMSTE WIJKEN VAN 20 MILJOEN
4.BESPARING VAN KOSTEN VAN SCHULDEN LANDELIJK GEZIEN 10 MILJARD.
• De toegevoegde waarde van dit project.

Humaan Lokaal heeft maatschappelijke lokale meerwaarde, het initiatief is gericht op inwoners van de Gemeente. De organisatie organiseert de volgende activiteiten samenhangend met wettelijke verplichte taken en voorzieningen van de Gemeente zelf. Het burgerinitiatief heeft de doelen De leden van een Sociale Coöperatie kunnen sámen doelen bereiken die voor ieder apart onbereikbaar zijn. Zo kunnen mensen samen hindernissen opruimen en kansen scheppen om hun eigen situatie te verbeteren.BewonersBedrijven zijn bedrijven van, voor en door bewoners. Het zijn wijkondernemingen met als doel het permanent verbeteren van de leefbaarheid in de directe omgeving. BewonersBedrijven willen hun buurt economisch, fysiek en sociaal helpen ontwikkelen.BewonersBedrijven ontstaan van onderaf: op initiatief van bewoners. Ze zijn onafhankelijk en werken samen met anderen wanneer dat past in hun activiteiten. Ze verwerven inkomsten door projectsubsidies, exploitatie van gebouwen, activiteiten, deelnemersbijdragen en bijdragen uit fondsen. BewonersBedrijven verdienen zoveel mogelijk hun eigen geld en komen daardoor losser te staan van subsidies en hun verstrekkers

Het bevordert de sociale cohesie in de wijk en verkleint de afstand tussen burger en overheid.

Waarom subsidie noodzakelijk is om dit doel te bereiken.

De doelen die omschreven staan worden niet zomaar bereikt. Ook niet door wetgeving van bovenaf. Er is een grote kloof. Armoede heeft met verschillende mensenrechten te maken. Volgens het VN-comité inzake economische, sociale en culturele rechten is er sprake van armoede als er voor lange tijd een tekort is aan middelen om behoorlijk te kunnen leven. Daarbij gaat het ook om een tekort aan mogelijkheden die nodig zijn om andere mensenrechten waar te maken. Bijvoorbeeld het recht op gezondheid, onderdak, onderwijs en werk. In 2015 heeft het CBS een rapport uitgebracht over wat de gevolgen van armoede zijn. Ook hierin komen de negatieve effecten terug op de gezondheid, woonsituatie en deelname aan de samenleving. Maar ook op het recht op deelname aan de politiek en het oprichten van een nieuwe partij. De hoogte van de waarborgsommen en de kosten van publiciteit verhindert dit specifiek. Alleen rijken kunnen meedoen.

Bij ons is een subsidie geen kostenpost, maar een investering teneinde kosten te voorkomen.

Hoe is de duurzaamheid van het resultaat van het project gewaarborgd ?

De bedoeling van het Bewonersbedrijf is om bewoners zelf het stuur in handen te geven, hen een eigen bedrijf in de wijk te laten ontplooien. Een bestuur van wijkbewoners heeft, onder leiding van een zakelijk leider, de leiding over het bedrijf in handen. Zo is er én werkgelegenheid voor mensen in de wijk én komen er opbrengsten vrij die mensen in hun eigen omgeving kunnen inzetten voor sociale projecten.

Het doel is tweeledig; het trekt mensen naar zich toe en het stuurt vitale energie de wijk in. Dat werkt zo: enerzijds is het een ontmoetingscentrum voor bewoners en ondernemers van het gebouw zelf én voor alle wijkbewoners. Het is een plek waar ze activiteiten kunnen organiseren en waar activiteiten georganiseerd worden

BEGROTING / INVESTERING / PROJECT
1.Werving activiteiten , netwerk activiteiten, bezoeken aan de achterstandswijken, club en buurthuizen, adverteren, flyers, bijeenkomsten met muziek en presentaties door de wijken.

Muziek van Harry loco producties 30 optredens ad 200 ,– 6.000,–

Reclame, advertenties, werving, publiciteit 100.000,–

Onvoorzien / diverse kosten 40.000,–

Notariskosten / oprichtingskosten 8.000,–

VOOR OPRICHTING COOPERATIES PRUBLICITEIT EN WERVING 154.000,–

: •inburgering statushouders/ vluchtelingen De inburgering kan tegen een kostprijs van 6.000 euro per statushouder worden gegeven ipv de huidige 10.000, euro via commerciele aanbieders.studie. huiswerkbegeleiding, jeugd en jongerenwerk / preventieve jeugdzorg/ buitenschoolse opvang

*taalhuis- aanpak van laaggeletterdheid.
•zorgmentoren begeleiding en mantelzorgondersteuning, persoonlijke ontwikkeling en verwerving van kennis houding en vaardigheden
•sociaal juridische hulpverlening ook aan klein zelfstandigen wordt kosteloos

verstrekt.
•opvoedondersteuning voor ouders van kinderen tot 23 jaar
•netwerkversterking voor iedereen, ouderen in het bijzonder, waarbij participatie en zelfredzaamheid centraal staan
•onderlinge hulp verlening aan medemensen
•sociaal aandeelhouderschap/ participatie en meedoen.
•laagdrempelig aanbod van muziek/ film/theater/toneel/cultuur doormiddel van open podium.

Muziek van Harry loco producties 30 optredens ad 200 ,– 6.000,–

Reclame, advertenties, werving, publiciteit 100.000,–

Onvoorzien / diverse kosten 40.000,–

VOOR ONTWIKKELING VAN BOVENVERMELDE DIENSTEN 146.000,–

HIERMEE IS HET START BUDGET AAN SUBSIDIE/INVESTERING BESTEED.

PROJECT SUBSIDIE REGELING ARMOEDE SCHULDEN 2018

LANDELIJK PROBLEEM LANDELIJKE OVERHEID

PROBLEMEN GEMEENTEN die de landelijke problemen moeten oplossen.

ALGEMEEN BELEIDS TEKORT

Onze samenleving wordt steeds complexer. Ingewikkelde regelgeving is daarbij zowel oorzaak als gevolg. Deels is dat onvermijdelijk. Maar er zijn ook beroepsgroepen die deze ingewikkelde regelgeving door onderlinge samenwerking bewust of onbewust in stand houden. Naar schatting gaat het om 1 miljoen personen in de zakelijke dienstverlening, de zorg en het openbaar bestuur die de samenleving jaarlijks bij benadering 90 miljard euro kosten. Dat doen zij door verdienmodellen centraal te stellen – hoe kan ik zoveel mogelijk eigen voordeel halen uit de klant, de consument, de patiënt – in plaats van dienmodellen: hoe kan ik zoveel mogelijk toegevoegde waarde leveren aan mijn klant, consument of patiënt? )

Bestaand beleid van de oude stempel tot veel bureaucratie leidt met hoge uitvoeringskosten en lage maatschappelijke meerwaarde
1.c) er veel ad hoc (en te gedetailleerd , op uitzonderingen gericht) beleidsontwikkeling plaats vindt waarbij ondanks hoge beleidsontwikkeling/ wetgevingskosten geen integrale en duurzame oplossingen worden gecreëerd voor wezenlijke maatschappelijke vraagstukken.
2.d) beleidsvorming te weinig gebaseerd is op een lange termijn visie op de moderne samenleving en teveel gebaseerd op traditionele politieke standpunten en op handhaving van belangen en machtsposities

ARMOEDE EN MENSEN RECHTEN

Het NIBUD heeft berekend dat de jaarlijkse kosten van de schuldenproblematiek 11 miljard bedragen. Er is dus bij alle partijen een groot belang om problematische schulden te voorkomen.

Van de 7 miljoen huishoudens in Nederland moeten er 221.000 langer dan vier jaar rondkomen van een inkomen onder de armoedegrens. Dit aantal is in 2015 toegenomen. Daarnaast lopen 626.000 huishoudens een risico op armoede. Dat blijkt uit cijfers die het CBS op 8 februari 2017 publiceerde.

In verschillende verdragen is terug te zien dat armoede en mensenrechten met elkaar zijn verbonden. In artikel 11 van het Internationale verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten (IVESCR) staat dat iedereen recht heeft op een behoorlijke levensstandaard. Ook heeft iedereen recht op bescherming tegen armoede en sociale uitsluiting. Dit is vastgelegd in artikel 30 van het Europees Sociaal Handvest (ESH). Volgens dit artikel moeten landen ervoor zorgen dat mensen in een situatie van sociale uitsluiting of armoede, toegang hebben tot werk, woning, onderwijs, cultuur en sociale en medische bijstand. Dit geldt ook voor mensen die risico lopen op armoede en sociale uitsluiting.

Armoede is dus niet alleen een tekort aan geld. In armoede leven kan slecht zijn voor de gezondheid. Mensen met een laag inkomen hebben vaker problemen met hun gezondheid. Maar ook andersom: mensen met gezondheidsproblemen hebben een groter risico om in armoede terecht te komen.

Mensen met een laag inkomen zijn beperkt in de mogelijkheden om deel te nemen aan de maatschappij. Zij hebben ook minder invloed op besluiten die hen aangaan. Dat vraagt, vanuit het perspectief van mensenrechten, om maatregelen waardoor niet alleen over maar ook met mensen wordt gepraat. Momenteel worden deze mensenrechten middels financiele uitsluiting geschonden.

Probleem 1. Kosten samenleving ( voor rekening van de belastingbetaler )

Het NIBUD heeft berekend dat de jaarlijkse kosten van de schuldenproblematiek 11 miljard bedragen. Dit moet de belastingbetaler betalen.

Er is dus bij alle partijen een groot belang om problematische schulden te voorkomen. Stel je eens voor dat het mogelijk zijn om incasso’s te voorkomen. Dat zou een koopkrachtverbetering kunnen betekenen voor de betrokken huishoudens van 5 %. Het zou voor woningcorporaties, zorgverzekeraars en energieleveranciers een besparing betekenen van incassokosten en een vermindering van afgeschreven vorderingen. Voor werkgevers zou het een productiviteitsverbetering opleveren vanwege een verminderd ziekteverzuim. Voor de gemeente kan het een besparing opleveren in verminderde kosten voor schuldhulpverlening en voor vermindering van de kosten voor zorg en ondersteuning.

Voorkomen is beter dan genezen. Het aantal mensen dat zich meldt bij schuldhulpverlening is de afgelopen jaren sterk gestegen. In 2014 meldden zich 92.000 mensen bij één van de bij de NVVK aangesloten instellingen voor schuldhulp. De gemiddelde schuld was € 38.500. Een groot deel van deze schuld bestaat uit incassokosten, deurwaarderskosten en in rekening gebrachte rente. Volgens sommige schattingen bestaat 40% van de gemiddelde schuld uit dit soort kosten. Vooral het CJIB is berucht voor de aanmaningskosten die ze in rekening brengen. Bij het CJIB wordt bij niet betalen eerst een verhoging van 50 % van de boete in rekening gebracht en daarna nog eens een verhoging van 100%. In het programma De Rijdende Rechter is mr. Frank Vissers al van leer getrokken tegen het CJIB naar aanleiding van een boete van € 2000,- die in korte tijd was opgelopen tot € 15.000 euro (13 december 2014).

Het hebben van schulden is niet alleen kostbaar voor de schuldenaren, maar ook voor de samenleving.

ZORGVERZEKERAARS Betalen de hoogste zorgkosten in de armste wijken.

Deze extra kosten moet de premiebetaler betalen.

Inwoners van Overvecht maken de hoogste zorgkosten van Nederland: 2571 euro per persoon per jaar. Dat is 25 procent meer dan mensen van dezelfde leeftijd in de rest van Nederland.

Niet alleen gemeten over alle drie de jaren, maar ook in 2013 is Overvecht het gebied met relatief de hoogste zorgkosten. Mensen hebben er relatief vaak last van chronische ziektes, zoals diabetes en COPD, en psychische aandoeningen.

Raadslid Bouchra Dibi is al tien jaar lang welzijnswerker. Armoede en sociale problemen zijn belangrijke oorzaken van de slechte gezondheid van de inwoners van Overvecht. Die leiden ertoe dat mensen er een ongezonde levensstijl op na houden.

“Mensen zijn vooral bezig met overleven”, zegt Dibi. “Hoe los ik mijn schulden op? Hoe zorg ik dat mijn verslaafde zoon hulp krijgt, of hulp bij depressie? De gezondheid komt dan onderaan,” zegt ze tegen RTL. Achterstandswijken hebben de meeste zorgkosten, samenhangend met armoede en schulden problemen.

De landelijke kosten hiervan zijn 30 tot 50 miljoen aan zorgkosten die worden verrekend in de premie voor iedereen.

Probleem 2. Onvoldoende professionalisering en inzicht in de leefwereld en behoeften van client.

Professionals uit de bureaucratie maar ook de vele goed bedoelende vrijwilligers leven in een andere wereld dan de mensen die in armoede leven en een beroep doen op deze zogenaamde professionals. Deze professionals hebben geen enkele notie, begrip of inlevingsvermogen in de wereld en stress van de client.

Mensen in armoede hebben geen of onvoldoende toegang tot hun basisrechten. Aan de basis hiervan liggen structurele uitsluitingsmechanismen. Dit heeft belangrijke effecten op verschillende facetten van het leven van mensen in armoede. Zo heeft deze uitsluiting enorme gevolgen voor de gevoelswereld van mensen in armoede. Dit zorgt er ook voor dat mensen in armoede andere kennis en vaardigheden opbouwen dan de rest van de samenleving. Bovendien worden de krachten die mensen in armoede ontwikkeld hebben door het opgroeien in een situatie van armoede en sociale uitsluiting, vaak niet gezien. Al deze elementen zorgen ervoor dat mensen in armoede het moeilijk hebben om deel te nemen aan de samenleving (participatie). Deze verschillende effecten die een leven in armoede en sociale uitsluiting met zich meebrengen staan niet los van elkaar, ze beïnvloeden en versterken elkaar.

Deze structurele uitsluitingsmechanismen en de verschillende effecten hiervan zorgen voor een kloof, ‘een missing link’ tussen het leven van de arme en dat van de niet-arme. Deze missing link gaat over een niet kennen van elkaars leefwereld, elkaars gevoelens en verwachtingen, elkaars kennis en vaardigheden, elkaars krachten, elkaars waarden en normen, elkaars denkpatronen en oplossingsstrategieën, elkaars evidenties, enz. De missing link gaat evenzeer over het zich niet bewust zijn dat men al die aspecten van elkaars leefwereld niet kent. Dit niet begrijpen van elkaar, zorgt voor voortdurende misverstanden in de communicatie. Beide partijen voelen zich onbegrepen.

(uit de visietekst van vzw De Link)

Werken met opgeleide ervaringsdeskundigen is een aanzet om zicht te krijgen op de missing link. Voor de vele vragen die armoede stelt zijn geen pasklare antwoorden. Het is in de dialoog zelf dat we wegen ontdekken om de missing link te overbruggen.
Probleem 3. Ongerijmdheden in het huidige systeem

Om van radicale schuldpreventie werk te maken moet wel worden gebroken met een interpretatie van eigen verantwoordelijkheid die zeer dominant is. In deze dogmatische interpretatie is het ieders eigen verantwoordelijkheid om de tering naar de nering te zetten. Elke bemoeienis wordt in deze visie gezien als inperking van de eigen verantwoordelijkheid. De dominantie van dit gedachtengoed heeft geleid tot een aantal ongerijmdheden in het huidige systeem. Eigen verantwoordelijkheid zou er in principe toe moeten leiden dat mensen ook ongelimiteerd consequenties moeten dragen van hun keuzes. De consequentie zou zijn dat mensen met huurschulden uit hun huis worden gezet, dat mensen worden afgesloten van energie, dat ze op grote schaal worden doorgestuurd naar het Zorginstituut Nederland. Deze consequenties van het gehamer op eigen verantwoordelijkheid willen gemeenten terecht niet voor hun rekening nemen. En dus wordt er veel geld gestoken in schuldhulpverlening.

Overal worden convenanten afgesloten om huisuitzettingen en afsluitingen te voorkomen. Schuldeisers steken veel geld en tijd in incassomaatregelen. Het netto effect van deze onevenwichtige omgang met eigen verantwoordelijkheid is dat we eerst heilig geloven in eigen verantwoordelijkheid om vervolgens een heel duur apparaat op te tuigen om mensen te disciplineren die de eigen verantwoordelijkheid niet aan kunnen. Bij die disciplinering wordt bovendien veel vaker de stok gehanteerd dan de wortel. Mensen die niet betalen krijgen incassokosten, deurwaarderskosten en rente in rekening gebracht. De schulden worden zo niet kleiner maar groter. Het gevolg van deze ongerijmdheden in het huidige systeem is dat er veel geld wordt gestoken in schuldhulpverlening en aan schuldregelingen, maar veel minder geld wordt gestoken in preventie. En deze dominante aanpak vloekt tegelijkertijd met inzichten uit de psychologie over het ontstaan van schulden.

Het hebben van problematische schulden is geen monopolie van huishoudens met een laag inkomen. Uit onderzoek van het Panteia blijkt dat 30% van de Nederlandse huishoudens te kampen heeft met betalingsachterstanden.

Als mensen geconfronteerd worden met een scheiding of ontslag kunnen ook mensen met een midden of een hoger inkomen te maken krijgen met problematische schulden. Dat laat onverlet dat een groot deel van de mensen die zich meldt bij de schuldhulpverlening moet rondkomen van een minimuminkomen. Sinds 2011 is het percentage ontvangers van

schuldhulpverlening met een inkomen tot modaal gestegen van 74 % tot 87 %.

Uit de minima-effect rapportage gemeente Den Haag 2015 van het NIBUD blijkt dat diverse typen huishoudens domweg onvoldoende inkomen hebben om rond te komen. In Den Haag komt een paar op het minimum (zonder kinderen), na gebruik te maken van de gemeentelijke financiële ondersteuning, € 66,- per maand tekort. Een paar op het minimum, met twee kinderen van 3 en 5, komt € 60 tekort. Een paar op het minimum, met kinderen van 12 en 14 jaar, komt zelfs € 174 per maand te kort om alle uitgaven te doen die het NIBUD als norm hanteert. Het hoogste tekort is een paar met een inkomen van 120% van het minimum met twee kinderen van 12 en 14. Zo’n huishouden komt € 183,- tekort.

Door de hoge huurstijging van 2013 en 2014 en de gelijktijdige versobering van de huurtoeslag is het alleen nog maar moeilijker geworden om rond te komen. Het is de vraag of het ontstaan van betalingsachterstanden in zulke gezinnen het gevolg is van een gebrek aan eigen verantwoordelijkheid of van een onmogelijke opgave.

In de berekeningen van het NIBUD worden geen kosten opgenomen voor incasso, deurwaarders of rente. De veronderstelling is dat mensen tijdig aan hun verplichtingen kunnen voldoen en hun financiële planning onder controle hebben

Het gaat om drie mechanismen die elkaar versterken. Allereerst hebben mensen met weinig geld geen buffer om tegenvallers op te vangen. Het betekent dat een tegenvaller al snel tot een negatieve spiraal leidt. Een tegenvaller zet zo een serie van tegenvallers in werking. Een naheffing van de belastingdienst leidt tot het niet betalen van de huur, dat leidt weer tot incassokosten en is de ene tegenvaller een opmaat voor een volgende tegenvaller. Het tweede mechanisme is de oriëntatie op de korte termijn. Mensen die geconfronteerd worden met schaarste gaan leiden aan tunnelvisie. Het CJIB dreigt nu met gijzeling om betaling af te dwingen, dus betaal ik andere dingen niet om nu dit probleem op te lossen.

Het is het mechanisme waarin het ene gat gevuld wordt met het andere. De eerste twee fenomenen waren goeddeels bekend. Het derde element is relatief nieuw.

Mullainathan en Shafir maar ook Dick Swaab Het creatieve brein, Hoe mens en wereld elkaar maken, laten zien dat mensen die geconfronteerd worden met schaarste, meer stress ervaren. Deze stress gaat ten koste van wat zij bandbreedte noemen; namelijk het werkgeheugen van de hersenen.

Ze halen onderzoek aan waaruit blijkt dat boeren in India in periodes van armoede en stress op een IQ-test 11 punten lager scoren dan in periode van voorspoed en ontspanning. De combinatie van het ontbreken van een buffer, tunnelvisie en verminderde bandbreedte biedt een goede verklaring voor het fenomeen van Baldwin: het is duur om arm te zijn.

Zelfbinding In een hele strikte interpretatie van eigen verantwoordelijkheid is elke bemoeienis een inbreuk op de vrijheid. Deze strikte interpretatie is gebaseerd op een negatief vrijheidsbegrip. Iemand is vrij als hij vrij is van belemmeringen van buiten. Daar staat een positief vrijheidsbeeld tegenover. Bij dit positieve vrijheidsbegrip gaat het niet om vrij zijn van belemmeringen, maar vrij zijn om de eigen levensvoorkeuren tot uitdrukking te brengen. Een negatief vrijheidsbeeld is gebaseerd op een tegenstelling tussen een eenduidige eigen wil en een vijandige buitenwereld. Beide elementen uit het negatieve vrijheidsideaal zijn illusies. Mensen hebben tegenstrijdige wensen. In de filosofie wordt wel een onderscheid gemaakt tussen eerste en tweede orde voorkeuren.

Radicale schuldpreventie moet zich richten op het verleiden van mensen om zich te binden, om zich te wapenen tegen de verleiding om het geld te besteden aan andere dingen dan hun financiële verplichtingen. Het gekke is namelijk dat mensen helemaal niet vrij zijn om de huur, de zorgverzekering of hun gas en licht niet te betalen. Het zijn niet voor niks financiële verplichtingen. De praktijk is alleen zo dat we mensen elke maand in de verleiding brengen om niet aan hun verplichtingen te voldoen. In plaats van mensen elke maand in de verleiding te brengen om de vaste lasten niet te betalen is het beter om ze te verleiden om hun financiën zo in te richten dat er een verzekerde betaling is van de vaste lasten. Zo worden problematisch schulden voorkomen. Deze andere inrichting van de financiën is zo bezien geen inbreuk op de vrijheid, maar een versterking van de vrijheid.

Een laatste vraagteken betreft de effectiviteit van budgettrainingen. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat er veel budgettrainingen nodig zijn voor ze effect hebben. De meeste budgettrainingen zijn daarentegen kortstondig. Voor Mullainathan en Shafir is de gebrekkige effectiviteit van budgettrainingen geen verrassing. Het is niet makkelijk om mensen die te kampen hebben met een beperkte bandbreedte iets te leren. Een bewindvoerder vatte het kernachtig samen: ‘Je moet mensen niet iets leren, je moet ze faciliteren.’

De vuistregel van Mullainathan en Shafir sluit precies aan bij het systeem dat bewindvoerders hanteren. Daar wordt gewerkt met twee rekeningen. Een rekening waar het geld binnenkomt en waar de vaste lasten van worden betaald en een rekening waar het leefgeld naartoe wordt overgemaakt. Dit simpele systeem voorkomt dat er nog incassokosten worden gemaakt en geeft mensen inzicht in hoeveel geld ze per week te besteden hebben. Een bewindvoerder die we hebben geïnterviewd, vertelde hoe zeer haar klanten verrast zijn dat ze ineens in staat zijn om te sparen en een buffer te vormen voor tegenslagen. Ze hebben altijd gedacht dat ze het einde van de maand niet zouden halen omdat er structureel te weinig binnen kwam. En alles dat werd uitgegeven ook echt noodzakelijke uitgaven leken.

Budgetbeheer en bewindvoering hebben ook een nadeel. Mensen krijgen pas budgetbeheer als ze het zelf niet kunnen. Het is dus een maatregel voor mensen die falen. Het plaatst mensen bovendien in een afhankelijke positie ten opzichte van de budgetbeheerder of de bewindvoerder. Zij bepalen immers of de buffer gebruikt mag worden voor extra uitgaven. Het stimuleert zo een bedelrelatie tussen de bewoner en de budgetbeheerder. Interessanter is het daarom om te verkennen of het mogelijk is om de vuistregels van het budgetbeheer te gebruiken voor een systeem waarin mensen vrijwillige kiezen voor zelfbinding en daarvoor beloond worden met een leven zonder kosten voor incasso’s en deurwaarders. Het is dan niet een systeem voor mensen die falen, maar voor mensen die zelfbewust kiezen voor een andere inrichting van hun financiën.

Deze radicale schuldpreventie levert ook grote besparingen op voor de ontvangers van de vaste lasten, voor werkgevers en voor de gemeenten. Het verdient aanbeveling om de uitgespaarde maatschappelijke kosten deels te verzilveren en de opbrengst te gebruiken om radicale schuldpreventie te kunnen financieren. Dat betekent dat alle partijen die winst hebben bij een systeem een bijdrage leveren aan de financiering van deze financiële dienstverlening.

Problemen van inwoners van Gemeenten

Binnen de Gemeente worden door overheden steeds meer ontwikkelingen gevraagd waarbij de samenleving steeds meer regulerend en organiserend optreedt en waarbij de overheid een beperkte scheppende en stimulerende rol speelt. Het burgerinitiatief betrekt burgers bij de ontwikkeling en kunnen dus mee bijdragen aan het publieke domein, waarbij sociaal aandeelhouderschap een onderdeel is. Echter veel Gemeenten hebben de subsidies voor armoedebestrijding in de algemene pot gezet en houden vast aan de subsidiering van de huidige gevestigde orde waardoor innovatie onmogelijk wordt gemaakt.

Probleem 1. Wanbetaling zorgverzekeringen.

Eén op de zes mensen in de bijstand is een wanbetaler voor de zorgverzekering. Zij moeten de bestuursrechtelijke premie betalen aan het Zorginstituut Nederland. Deze premie bedraagt € 152,30 per maand. Dat is ongeveer € 50 euro per maand meer dan een gewone basisziekteverzekering. Dat is € 600 per jaar. Het is een pijnlijk voorbeeld van het mechanisme dat James Baldwin benoemt. Juist mensen met weinig geld zijn duurder uit. Amerikaans onderzoek heeft laten zien dat mensen met een bescheiden inkomen tot wel 5% van hun inkomen kwijt zijn aan incassokosten, deurwaarderskosten en debetrente. Vergelijkbare cijfers voor Nederland kennen wij niet, maar incassomedewerkers van woningcorporaties en zorgverzekeringen herkennen het fenomeen. Er zijn mensen die herhaaldelijk hun verplichtingen pas nakomen nadat incassokosten in rekening zijn gebracht.

Probleem 2. Arbeidsparticipatie

Mensen met schulden zitten naar schatting 4-12 maanden langer in een uitkering. Werknemers met financiële problemen zijn gemiddeld 9 dagen per jaar meer ziek.

Voor een derde van de werkgevers vormen financiële problemen een reden om een tijdelijk contract niet te verlengen. Waarom ze dat doen wordt in het rapport niet vermeld. Het kan zijn dat ze financiële problemen zien als een risico voor het goed functioneren van de medewerker. Een groot deel van de bewoners die zich melden bij sociale wijkteams hebben financiële problemen. De financiële problemen zijn dan ook vaak een belemmering om het heft in eigen hand te nemen.

Probleem 3: Uithuis zettingen

Het aantal vonnissen voor uit huis zettingen wegens huurschuld of wanbetaling hypotheek is 19.000 per jaar waarbij ongeveer 10.000 per jaar effectief worden uitgevoerd. Jaarlijks worden dus tienduizend gezinnen met of zonder kinderen op straat gezet.

Kleine Gemeenten kunnen niet zeggen dat deze problematiek niet speelt, elke Gemeente heeft te maken met deze problemen.

Elke uit huis zetting is schending van het mensenrecht op goede huisvesting. De medewerker van de woningcorporatie vertelde dat er mensen zijn die wel drie keer per jaar de incassokosten betalen. Dat is € 120 per jaar. Sommige huurders komen pas in actie nadat een woningcorporatie een gerechtelijke uitspraak heeft om over te gaan tot ontruiming. De kosten van zo’n traject bedragen een slordige € 700 die bij de huurder in rekening worden gebracht. Zo ontstaat gemakkelijk een negatieve spiraal waarbij mensen alleen maar dieper in de financiële problemen komen te zitten.

Probleem 4. Laag geletterdheid. Analfabetisme en Non inburgering

Maar liefst 2,5 miljoen mensen in Nederland van 16 jaar en ouder hebben moeite met lezen, schrijven, en/of rekenen. In de leeftijdsgroep tussen de 16 en 65 jaar gaat het om 1,3 miljoen Nederlanders die moeite hebben met taal. In tegenstelling tot wat veel mensen misschien denken is tweederde van deze mensen van Nederlandse afkomst. Schaamte, onbegrip en voor dagelijkse bezigheden afhankelijk zijn van anderen. Moeite hebben met lezen en schrijven heeft grote gevolgen. Wanneer je informatie niet goed begrijpt, is de kans groot dat je minder zelfredzaam, minder sociaal actief en minder gezond bent dan geletterde mensen. Je vindt bijvoorbeeld minder snel een baan en je hebt minder grip op je geldzaken en gezondheid.

Laaggeletterdheid is een term voor mensen die grote moeite hebben met lezen, schrijven en/of rekenen. Mensen die laaggeletterd zijn, zijn geen analfabeten. Ze kunnen wel lezen en schrijven, maar beheersen niet het eindniveau vmbo of niveau mbo-2/3. Alle brieven van de overheid zijn gesteld in het hoogste taalniveau.

Mensen die laaggeletterd zijn hebben onder meer moeite met:

Formulieren invullen (zorgtoeslag, belasting, etc.)

Straatnaamborden lezen, reizen met openbaar vervoer

Voorlezen aan (klein)kinderen

Pinnen en digitaal betalen

Werken met de computer, solliciteren

Begrijpen van informatie over gezondheid en zorg

OPLOSSING EN ACTIVITEIT 1. ONS DIENMODEL

Er is gezien de systeem fouten zie probleem 1, 2 en 3. een nieuwe Politieke (proces) innovatie nodig omdat:
1.a) beleid niet (voldoende) in samenwerking met burgers en bedrijven wordt gevormd; waarbij een enorm potentieel aan kennis en kunde ongebruikt blijft
2.b) bestaand beleid van het oude stempel tot veel bureaucratie leidt met hoge uitvoeringskosten en lage maatschappelijke meerwaarde
3.c) er veel ad hoc (en te gedetailleerd , op uitzonderingen gericht) beleidsontwikkeling plaats vindt waarbij ondanks hoge beleidsontwikkeling/ wetgevingskosten geen integrale en duurzame oplossingen worden gecreëerd voor wezenlijke maatschappelijke vraagstukken.
4.d) beleidsvorming te weinig gebaseerd is op een lange termijn visie op de moderne samenleving en teveel gebaseerd op traditionele politieke standpunten en op handhaving van belangen en machtsposities

Politieke procesinnovatie moet leiden tot het op een productieve wijze tot stand brengen van integrale, duurzame, effectieve en betaalbare/ beheerbare oplossingen voor wezenlijke maatschappelijke vraagstukken gebruik makend van het kennispotentieel van burgers en bedrijven. Voorbeelden van wezenlijke maatschappelijke vraagstukken zijn: wonen en leven, integratie, duurzaamheid, kennisintensieve economie, mobiliteit, veiligheid.

Kenmerken van een innovatief politiek “bedrijf” zijn:
•meer gericht op feiten dan op modieuze opvattingen en hypes
•meer vanaf het begin samenwerken dan achteraf verkrijgen van draagvlak (van burgers, etc.)
•meer lering trekken (evaluatie) dan telkens nieuwe bedenksels lanceren
•meer proactief, op basis van visie, dan reactief, op basis van incidenten of calamiteiten
•meer integraal of holistisch dan fragmentarisch vanuit kokervisies of beleidskoninkrijkjes
•meer forceren van doorbraken dan fijnmazig verbeteren van de bestaande verhoudingen
•meer vanuit netwerken en ketens dan vanuit grootschalige, anonieme en verbureaucratiseerde (met functiescheiding/taaksplitsing) overheidsorganisaties
•meer vanuit het algemeen belang dan vanuit de vele uitzonderingen en deelbelangen
•meer normale mensentaal dan academisch jargon
•meer vanuit dienstbaarheid dan vanuit macht
•meer vanuit kennisdelen dan vanuit afschermen en beveiligen van kennis

ACTIVITEIT 1. ONS DIENMODEL

ONDERSTEUNING VAN MENSEN DIE MOEITE HEBBEN OM MEE TE DOEN.

HUMAAN LOKAAL / VERSTERKEN VAN ZELFREDZAAMHEID / ONDERLINGE HULPVERLENING / BURGERSCHAP / PARTICIPATIE.

We organiseren hiervoor de volgende activiteiten:
•inburgering statushouders/ vluchtelingen
•studie. huiswerkbegeleiding, jeugd en jongerenwerk / preventieve jeugdzorg/ buitenschoolse opvang

*taalhuis- aanpak van laaggeletterdheid.
•zorgmentoren begeleiding en mantelzorgondersteuning, persoonlijke ontwikkeling en verwerving van kennis houding en vaardigheden
•sociaal juridische hulpverlening ook aan klein zelfstandigen
•opvoedondersteuning voor ouders van kinderen tot 23 jaar
•netwerkversterking voor iedereen, ouderen in het bijzonder, waarbij participatie en zelfredzaamheid centraal staan
•onderlinge hulp verlening aan medemensen
•sociaal aandeelhouderschap/ participatie en meedoen.
•laagdrempelig aanbod van muziek/ film/theater/toneel/cultuur

Wij bevorderen tevens hierdoor de sociale cohesie, door het aanbod van laagdrempelig aanbod van muziek, theater, toneel, cultuur.

ACTIVITEIT 2.

HET BEREIKEN EN MOTIVEREN VAN MOEILIJK BEREIKBARE GROEPEN MENSEN MET FINANCIELE PROBLEMEN

Mensen met schulden zijn alleen te bereiken via deurwaarders, Gemeentelijke overheden, de sociale dienst, team welzijn, de energie maatschappij, de zorgverzekeraar en de woningbouw cooperatie.

Onze activiteit is het verbinden en samenwerken met deze keten partners om samen met hen een inventarisatie te maken van de mensen met schulden en daarop af gaan.

Een tweede activiteit is het organiseren van open spreekuren, koffieochtend en middagen of avonden. Een plek waar deze mensen terecht kunnen voor hun problemen en ervaringsdeskundigen en lotgenoten treffen kunne.

Er worden dus wijkteams georganiseerd met open avonden die de schuldenproblematiek aankaart in de wijken.

Laagdrempelige koffie bijeenkomsten, eettafels en culturele avondjes met muziek of film is een van de mogelijkheden om deze mensen te bereiken.

ACTIVITEIT 3

HET VERSTERKEN VAN AANDACHT VOOR ARMOEDE EN SCHULDEN IN HET SOCIAAL DOMEIN EN WIJKAANPAK.

Was die overheid er niet juist om de burger verder te helpen? Dat zou betekenen dat de burger centraal staat en dat de overheid het niet moet bedenken voor de burger, maar dat de burger het moet bedenken voor de overheid. En… in die situatie stelt diezelfde burger de eisen waarlangs de overheid wel of niet de participatieladder op mag. En ziedaar: de rollen op de participatieladder moeten worden omgedraaid! Het uitgangspunt is niet dat de burger steeds meer betrokken wordt door de overheid, maar dat de overheid steeds meer betrokken wordt door de burger, naarmate die dat nodig acht. Als de burger er zelf uitkomt, dan wordt het gemeentebestuur geïnformeerd over de uitkomsten en wordt dat het besluit. Als de burger er niet goed uitkomt, dan wordt het gemeentebestuur geraadpleegd of om advies gevraagd. Of misschien wil de burger uiteindelijk wel coproduceren, of samen beslissen met het gemeentebestuur.

SOCIALE COOPERATIE / BEWONERSBEDRIJF

WIJ HUMAAN LOKAAL WILLEN GAAN WERKEN MET DE OPRICHTING VAN BEWONERSBEDRIJVEN.

MEN WERKT DAN IN SOCIALE COOPERATIES IN DE WIJK.

Een Sociale Coöperatie is een organisatie van burgers met lage inkomens gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid. Ondernemerschap staat in het teken van zélf activiteiten ontplooien.

. Bewoners hebben de bestuurlijke leiding en zij beslissen of en zo ja, welke beroepskrachten ingehuurd moeten en kunnen worden.

Het BewonersBedrijf: werkt aan economische, fysieke en sociale ontwikkeling van een gebied waarin bewoners zichzelf herkennen

Is onafhankelijk, zelfvoorzienend en winst vloeit terug naar de wijk en komt niet bij private personen terecht

Is geïnitieerd door (komt voort uit) bewoners, is in bezit van bewoners en wordt bestuurd door bewoners

Is gericht op samenwerking met bewonersverenigingen, lokale overheid, instellingen en bedrijven.

Zo ontstaat een dynamische omgeving waarin heel veel verschillende mensen een plek en/of een dagbesteding vinden. Jong of oud, gezond of ziek, lager of hoger opgeleid, ondernemers of bewoners, allochtoon of autochtoon.

SOCIALE SUPERMARKT

De dagelijkse boodschappen doen kan voor mensen met een minimuminkomen een dure en moeilijke kwestie zijn een nieuwe supermarkt waar minima voor bijna de helft van het geld hun dagelijkse boodschappen kunnen doen.

Het doel van de sociale supermarkt is om niet alleen mensen met weinig inkomen te helpen aan goedkope boodschappen, maar tegelijkertijd ook ervoor te zorgen dat mensen met een uitkering aan het werk kunnen in de sociale supermarkt, zich daar verder ontwikkelen, en uiteindelijk zelfs door kunnen stromen tot werk in bijvoorbeeld een reguliere supermarkt.

De super streeft ernaar om vijfhonderd producten aan te bieden, alles wat je normaal ook in een supermarkt kunt kopen, maar dan maar van één merk en flink goedkoper. Klanten zijn slechts een paar tientjes per maand kwijt zijn. „Mensen moeten bij ons wel gewoon betalen voor de boodschappen”, Hoe weinig het ook is, mensen moeten leren de waarde van geld te zien en daarmee om te gaan.” Er zal geen alcohol of tabak verkrijgbaar zijn.

Daarnaast zal er ook een restaurantgedeelte komen waar minima voor vijf euro een driegangendiner kunnen krijgen, samengesteld van dagverse producten die anders wellicht weggegooid zouden worden. „Op termijn willen we nog sterker voedselverspilling tegengaan, dit is een eerste stap. De supermarkt zal worden gerund door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. De supermarkt bedoeld voor mensen met een minimuminkomen. Klanten kunnen ook zelf een beroep doen op de kortingen in de supermarkt. „Denk aan AOW’ers, ZZP’ers met een nog klein inkomen”,wij doen dan een korte check naar hun inkomen en dan is het goed. Ook andere mensen zijn welkom, het is een gewone supermarkt, alleen laten minima een pasje zien bij de kassa. We willen niet dat mensen voortdurend worden geconfronteerd met hun problemen: we willen geen stigmatisering.” Daarom is de supermarkt ook open voor mensen met een modaal of bovengemiddeld inkomen.

We hopen dat we uiteindelijk geld overhouden, zodat we nog meer mensen een betaalde baan kunnen aanbieden en de prijzen nog verder omlaag kunnen gooien.” De bedoeling is dat de sociale supermarkt zo succesvol wordt dat het concept uitgerold kan worden naar andere steden in Nederland.

—————————————————————————————————————–

PROJECT EN BEGROTINGS / INVESTERINGSPLAN AANPAK ARMOEDE SCHULDEN ONS DIENMODEL

• Het met de subsidie beoogde resultaat

1.SOCIALE SUPERMARKT

De dagelijkse boodschappen doen kan voor mensen met een minimuminkomen een dure en moeilijke kwestie zijn, daarom willen wij een nieuwe supermarkt waar minima voor bijna de helft van het geld hun dagelijkse boodschappen kunnen doen.

Het doel van de sociale supermarkt is om niet alleen mensen met weinig inkomen te helpen aan goedkope boodschappen, maar tegelijkertijd ook ervoor te zorgen dat mensen met een uitkering aan het werk kunnen in de sociale supermarkt, zich daar verder ontwikkelen, en uiteindelijk zelfs door kunnen stromen tot werk in bijvoorbeeld een reguliere supermarkt.

De super streeft ernaar om vijfhonderd producten aan te bieden, alles wat je normaal ook in een supermarkt kunt kopen, maar dan maar van één merk en flink goedkoper. Klanten zijn slechts een paar tientjes per maand kwijt zijn. „Mensen moeten bij ons wel gewoon betalen voor de boodschappen”, Hoe weinig het ook is, mensen moeten leren de waarde van geld te zien en daarmee om te gaan.” Er zal geen alcohol of tabak verkrijgbaar zijn.

Daarnaast zal er ook een restaurantgedeelte komen waar minima voor vijf euro een driegangendiner kunnen krijgen, samengesteld van dagverse producten die anders wellicht weggegooid zouden worden. „Op termijn willen we nog sterker voedselverspilling tegengaan, dit is een eerste stap. De supermarkt zal worden gerund door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. De supermarkt bedoeld voor mensen met een minimuminkomen. Klanten kunnen ook zelf een beroep doen op de kortingen in de supermarkt. „Denk aan AOW’ers, ZZP’ers met een nog klein inkomen”,wij doen dan een korte check naar hun inkomen en dan is het goed..

1.GOEDE BUDGETCOACHING / SCHULDHULPVERLENING / BEWINDVOERING RADICALE INTEGRALE SCHULDPREVENTIE MET DE METHODIEK TAAKGERICHT CASE WORK

Het idee dat voorkomen beter is dan genezen, is geen originele gedachte. Het is ook niet waar dat niks wordt gedaan aan preventie. Mensen zijn pas bereid om iets te leren of te veranderen als ze weten welke vaardigheden hen ontbreekt. Wat vaak ontbreekt is het geloof dat er iets aan te doen is. Want financiële problemen hangen bijna altijd samen met problemen op andere levensdomeinen. De vaardigheden die nodig zijn hier zelfvoorzienend in te worden overlappen met elkaar: prioriteren, ordenen en plannen. Als er alleen aandacht is voor het opbouwen van financiële vaardigheden blijft het gezinssysteem op andere fronten nog altijd kwetsbaar. De belangrijkste strategie van het taakgericht casework berust op de veronderstelling dat de effektiviteit van de in het casework toegepaste methoden vergroot kunnen worden door de klient te helpen en aan te moedigen een zelf gekozen doel binnen een kort tijdsbestek te verwezenlijken. De methodiek is zeer goed toepasbaar op concrete doelen.

1. 100 GEMEENTEEN EEN SOCIALE COOPERATIE/ SOCIALE SUPERMARKT
2. 100 GEMEENTEN 100 BIJSTANDSGERECHTIGDEN UIT DE BIJSTAND VIA REINTEGRATIE/ SCHULDHULPVERLENING / TRAJECTBEGELEIDING/JOBCOACHING.
3.BESPARING VAN ZORGKOSTEN IN DE ARMSTE WIJKEN VAN 20 MILJOEN
4.BESPARING VAN KOSTEN VAN SCHULDEN LANDELIJK GEZIEN 10 MILJARD.

• De toegevoegde waarde van dit project.

Humaan Lokaal heeft maatschappelijke lokale meerwaarde, het initiatief is gericht op inwoners van de Gemeente. De organisatie organiseert de volgende activiteiten samenhangend met wettelijke verplichte taken en voorzieningen van de Gemeente zelf. Het burgerinitiatief heeft de doelen De leden van een Sociale Coöperatie kunnen sámen doelen bereiken die voor ieder apart onbereikbaar zijn. Zo kunnen mensen samen hindernissen opruimen en kansen scheppen om hun eigen situatie te verbeteren.

BewonersBedrijven zijn bedrijven van, voor en door bewoners. Het zijn wijkondernemingen met als doel het permanent verbeteren van de leefbaarheid in de directe omgeving. BewonersBedrijven willen hun buurt economisch, fysiek en sociaal helpen ontwikkelen.

BewonersBedrijven ontstaan van onderaf: op initiatief van bewoners. Ze zijn onafhankelijk en werken samen met anderen wanneer dat past in hun activiteiten. Ze verwerven inkomsten door projectsubsidies, exploitatie van gebouwen, activiteiten, deelnemersbijdragen en bijdragen uit fondsen. BewonersBedrijven verdienen zoveel mogelijk hun eigen geld en komen daardoor losser te staan van subsidies en hun verstrekkers

Het bevordert de sociale cohesie in de wijk en verkleint de afstand tussen burger en overheid.

• Waarom subsidie noodzakelijk is om dit doel te bereiken.

De doelen die omschreven staan worden niet zomaar bereikt. Ook niet door wetgeving van bovenaf. Er is een grote kloof. Armoede heeft met verschillende mensenrechten te maken. Volgens het VN-comité inzake economische, sociale en culturele rechten is er sprake van armoede als er voor lange tijd een tekort is aan middelen om behoorlijk te kunnen leven. Daarbij gaat het ook om een tekort aan mogelijkheden die nodig zijn om andere mensenrechten waar te maken. Bijvoorbeeld het recht op gezondheid, onderdak, onderwijs en werk. In 2015 heeft het CBS een rapport uitgebracht over wat de gevolgen van armoede zijn. Ook hierin komen de negatieve effecten terug op de gezondheid, woonsituatie en deelname aan de samenleving. Maar ook op het recht op deelname aan de politiek en het oprichten van een nieuwe partij. De hoogte van de waarborgsommen en de kosten van publiciteit verhindert dit specifiek. Alleen rijken kunnen meedoen.

Bij ons is een subsidie geen kostenpost, maar een investering teneinde kosten te voorkomen.

• Hoe is de duurzaamheid van het resultaat van het project gewaarborgd ?

De bedoeling van het Bewonersbedrijf is om bewoners zelf het stuur in handen te geven, hen een eigen bedrijf in de wijk te laten ontplooien. Een bestuur van wijkbewoners heeft, onder leiding van een zakelijk leider, de leiding over het bedrijf in handen. Zo is er én werkgelegenheid voor mensen in de wijk én komen er opbrengsten vrij die mensen in hun eigen omgeving kunnen inzetten voor sociale projecten.

Het doel is tweeledig; het trekt mensen naar zich toe en het stuurt vitale energie de wijk in. Dat werkt zo: enerzijds is het een ontmoetingscentrum voor bewoners en ondernemers van het gebouw zelf én voor alle wijkbewoners. Het is een plek waar ze activiteiten kunnen organiseren en waar activiteiten georganiseerd worden

BEGROTING / INVESTERING / PROJECT

1.Werving activiteiten , netwerk activiteiten, bezoeken aan de achterstandswijken, club en buurthuizen, adverteren, flyers, bijeenkomsten met muziek en presentaties door de wijken.

Muziek van Harry loco producties 30 optredens ad 200 ,– 6.000,–

Reclame, advertenties, werving, publiciteit 100.000,–

Onvoorzien / diverse kosten 40.000,–

Notariskosten / oprichtingskosten 8.000,–

VOOR OPRICHTING COOPERATIES PRUBLICITEIT EN WERVING 154.000,–

1.: •inburgering statushouders/ vluchtelingen De inburgering kan tegen een kostprijs van 6.000 euro per statushouder worden gegeven ipv de huidige 10.000, euro via commerciele aanbieders.

•studie. huiswerkbegeleiding, jeugd en jongerenwerk / preventieve jeugdzorg/ buitenschoolse opvang

*taalhuis- aanpak van laaggeletterdheid.
•zorgmentoren begeleiding en mantelzorgondersteuning, persoonlijke ontwikkeling en verwerving van kennis houding en vaardigheden
•sociaal juridische hulpverlening ook aan klein zelfstandigen wordt kosteloos

verstrekt.
•opvoedondersteuning voor ouders van kinderen tot 23 jaar
•netwerkversterking voor iedereen, ouderen in het bijzonder, waarbij participatie en zelfredzaamheid centraal staan
•onderlinge hulp verlening aan medemensen
•sociaal aandeelhouderschap/ participatie en meedoen.
•laagdrempelig aanbod van muziek/ film/theater/toneel/cultuur doormiddel van open podium.

Muziek van Harry loco producties 30 optredens ad 200 ,– 6.000,–

Reclame, advertenties, werving, publiciteit 100.000,–

Onvoorzien / diverse kosten 40.000,–

VOOR ONTWIKKELING VAN BOVENVERMELDE DIENSTEN 146.000,–

HIERMEE IS HET START BUDGET AAN SUBSIDIE/INVESTERING BESTEED.

PROJECT SUBSIDIE REGELING ARMOEDE SCHULDEN 2018

LANDELIJK PROBLEEM LANDELIJKE OVERHEID

PROBLEMEN GEMEENTEN die de landelijke problemen moeten oplossen.

ALGEMEEN BELEIDS TEKORT

Onze samenleving wordt steeds complexer. Ingewikkelde regelgeving is daarbij zowel oorzaak als gevolg. Deels is dat onvermijdelijk. Maar er zijn ook beroepsgroepen die deze ingewikkelde regelgeving door onderlinge samenwerking bewust of onbewust in stand houden. Naar schatting gaat het om 1 miljoen personen in de zakelijke dienstverlening, de zorg en het openbaar bestuur die de samenleving jaarlijks bij benadering 90 miljard euro kosten. Dat doen zij door verdienmodellen centraal te stellen – hoe kan ik zoveel mogelijk eigen voordeel halen uit de klant, de consument, de patiënt – in plaats van dienmodellen: hoe kan ik zoveel mogelijk toegevoegde waarde leveren aan mijn klant, consument of patiënt? )

Bestaand beleid van de oude stempel tot veel bureaucratie leidt met hoge uitvoeringskosten en lage maatschappelijke meerwaarde
1.c) er veel ad hoc (en te gedetailleerd , op uitzonderingen gericht) beleidsontwikkeling plaats vindt waarbij ondanks hoge beleidsontwikkeling/ wetgevingskosten geen integrale en duurzame oplossingen worden gecreëerd voor wezenlijke maatschappelijke vraagstukken.
2.d) beleidsvorming te weinig gebaseerd is op een lange termijn visie op de moderne samenleving en teveel gebaseerd op traditionele politieke standpunten en op handhaving van belangen en machtsposities

ARMOEDE EN MENSEN RECHTEN

Het NIBUD heeft berekend dat de jaarlijkse kosten van de schuldenproblematiek 11 miljard bedragen. Er is dus bij alle partijen een groot belang om problematische schulden te voorkomen.

Van de 7 miljoen huishoudens in Nederland moeten er 221.000 langer dan vier jaar rondkomen van een inkomen onder de armoedegrens. Dit aantal is in 2015 toegenomen. Daarnaast lopen 626.000 huishoudens een risico op armoede. Dat blijkt uit cijfers die het CBS op 8 februari 2017 publiceerde.

In verschillende verdragen is terug te zien dat armoede en mensenrechten met elkaar zijn verbonden. In artikel 11 van het Internationale verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten (IVESCR) staat dat iedereen recht heeft op een behoorlijke levensstandaard. Ook heeft iedereen recht op bescherming tegen armoede en sociale uitsluiting. Dit is vastgelegd in artikel 30 van het Europees Sociaal Handvest (ESH). Volgens dit artikel moeten landen ervoor zorgen dat mensen in een situatie van sociale uitsluiting of armoede, toegang hebben tot werk, woning, onderwijs, cultuur en sociale en medische bijstand. Dit geldt ook voor mensen die risico lopen op armoede en sociale uitsluiting.

Armoede is dus niet alleen een tekort aan geld. In armoede leven kan slecht zijn voor de gezondheid. Mensen met een laag inkomen hebben vaker problemen met hun gezondheid. Maar ook andersom: mensen met gezondheidsproblemen hebben een groter risico om in armoede terecht te komen.

Mensen met een laag inkomen zijn beperkt in de mogelijkheden om deel te nemen aan de maatschappij. Zij hebben ook minder invloed op besluiten die hen aangaan. Dat vraagt, vanuit het perspectief van mensenrechten, om maatregelen waardoor niet alleen over maar ook met mensen wordt gepraat. Momenteel worden deze mensenrechten middels financiele uitsluiting geschonden.

Probleem 1. Kosten samenleving ( voor rekening van de belastingbetaler )

Het NIBUD heeft berekend dat de jaarlijkse kosten van de schuldenproblematiek 11 miljard bedragen. Dit moet de belastingbetaler betalen.

Er is dus bij alle partijen een groot belang om problematische schulden te voorkomen. Stel je eens voor dat het mogelijk zijn om incasso’s te voorkomen. Dat zou een koopkrachtverbetering kunnen betekenen voor de betrokken huishoudens van 5 %. Het zou voor woningcorporaties, zorgverzekeraars en energieleveranciers een besparing betekenen van incassokosten en een vermindering van afgeschreven vorderingen. Voor werkgevers zou het een productiviteitsverbetering opleveren vanwege een verminderd ziekteverzuim. Voor de gemeente kan het een besparing opleveren in verminderde kosten voor schuldhulpverlening en voor vermindering van de kosten voor zorg en ondersteuning.

Voorkomen is beter dan genezen. Het aantal mensen dat zich meldt bij schuldhulpverlening is de afgelopen jaren sterk gestegen. In 2014 meldden zich 92.000 mensen bij één van de bij de NVVK aangesloten instellingen voor schuldhulp. De gemiddelde schuld was € 38.500. Een groot deel van deze schuld bestaat uit incassokosten, deurwaarderskosten en in rekening gebrachte rente. Volgens sommige schattingen bestaat 40% van de gemiddelde schuld uit dit soort kosten. Vooral het CJIB is berucht voor de aanmaningskosten die ze in rekening brengen. Bij het CJIB wordt bij niet betalen eerst een verhoging van 50 % van de boete in rekening gebracht en daarna nog eens een verhoging van 100%. In het programma De Rijdende Rechter is mr. Frank Vissers al van leer getrokken tegen het CJIB naar aanleiding van een boete van € 2000,- die in korte tijd was opgelopen tot € 15.000 euro (13 december 2014).

Het hebben van schulden is niet alleen kostbaar voor de schuldenaren, maar ook voor de samenleving.

ZORGVERZEKERAARS Betalen de hoogste zorgkosten in de armste wijken.

Deze extra kosten moet de premiebetaler betalen.

Inwoners van Overvecht maken de hoogste zorgkosten van Nederland: 2571 euro per persoon per jaar. Dat is 25 procent meer dan mensen van dezelfde leeftijd in de rest van Nederland.

Niet alleen gemeten over alle drie de jaren, maar ook in 2013 is Overvecht het gebied met relatief de hoogste zorgkosten. Mensen hebben er relatief vaak last van chronische ziektes, zoals diabetes en COPD, en psychische aandoeningen.

Raadslid Bouchra Dibi is al tien jaar lang welzijnswerker. Armoede en sociale problemen zijn belangrijke oorzaken van de slechte gezondheid van de inwoners van Overvecht. Die leiden ertoe dat mensen er een ongezonde levensstijl op na houden.

“Mensen zijn vooral bezig met overleven”, zegt Dibi. “Hoe los ik mijn schulden op? Hoe zorg ik dat mijn verslaafde zoon hulp krijgt, of hulp bij depressie? De gezondheid komt dan onderaan,” zegt ze tegen RTL. Achterstandswijken hebben de meeste zorgkosten, samenhangend met armoede en schulden problemen.

De landelijke kosten hiervan zijn 30 tot 50 miljoen aan zorgkosten die worden verrekend in de premie voor iedereen.

Probleem 2. Onvoldoende professionalisering en inzicht in de leefwereld en behoeften van client.

Professionals uit de bureaucratie maar ook de vele goed bedoelende vrijwilligers leven in een andere wereld dan de mensen die in armoede leven en een beroep doen op deze zogenaamde professionals. Deze professionals hebben geen enkele notie, begrip of inlevingsvermogen in de wereld en stress van de client.

Mensen in armoede hebben geen of onvoldoende toegang tot hun basisrechten. Aan de basis hiervan liggen structurele uitsluitingsmechanismen. Dit heeft belangrijke effecten op verschillende facetten van het leven van mensen in armoede. Zo heeft deze uitsluiting enorme gevolgen voor de gevoelswereld van mensen in armoede. Dit zorgt er ook voor dat mensen in armoede andere kennis en vaardigheden opbouwen dan de rest van de samenleving. Bovendien worden de krachten die mensen in armoede ontwikkeld hebben door het opgroeien in een situatie van armoede en sociale uitsluiting, vaak niet gezien. Al deze elementen zorgen ervoor dat mensen in armoede het moeilijk hebben om deel te nemen aan de samenleving (participatie). Deze verschillende effecten die een leven in armoede en sociale uitsluiting met zich meebrengen staan niet los van elkaar, ze beïnvloeden en versterken elkaar.

Deze structurele uitsluitingsmechanismen en de verschillende effecten hiervan zorgen voor een kloof, ‘een missing link’ tussen het leven van de arme en dat van de niet-arme. Deze missing link gaat over een niet kennen van elkaars leefwereld, elkaars gevoelens en verwachtingen, elkaars kennis en vaardigheden, elkaars krachten, elkaars waarden en normen, elkaars denkpatronen en oplossingsstrategieën, elkaars evidenties, enz. De missing link gaat evenzeer over het zich niet bewust zijn dat men al die aspecten van elkaars leefwereld niet kent. Dit niet begrijpen van elkaar, zorgt voor voortdurende misverstanden in de communicatie. Beide partijen voelen zich onbegrepen.

(uit de visietekst van vzw De Link)

Werken met opgeleide ervaringsdeskundigen is een aanzet om zicht te krijgen op de missing link. Voor de vele vragen die armoede stelt zijn geen pasklare antwoorden. Het is in de dialoog zelf dat we wegen ontdekken om de missing link te overbruggen.
Probleem 3. Ongerijmdheden in het huidige systeem

Om van radicale schuldpreventie werk te maken moet wel worden gebroken met een interpretatie van eigen verantwoordelijkheid die zeer dominant is. In deze dogmatische interpretatie is het ieders eigen verantwoordelijkheid om de tering naar de nering te zetten. Elke bemoeienis wordt in deze visie gezien als inperking van de eigen verantwoordelijkheid. De dominantie van dit gedachtengoed heeft geleid tot een aantal ongerijmdheden in het huidige systeem. Eigen verantwoordelijkheid zou er in principe toe moeten leiden dat mensen ook ongelimiteerd consequenties moeten dragen van hun keuzes. De consequentie zou zijn dat mensen met huurschulden uit hun huis worden gezet, dat mensen worden afgesloten van energie, dat ze op grote schaal worden doorgestuurd naar het Zorginstituut Nederland. Deze consequenties van het gehamer op eigen verantwoordelijkheid willen gemeenten terecht niet voor hun rekening nemen. En dus wordt er veel geld gestoken in schuldhulpverlening.

Overal worden convenanten afgesloten om huisuitzettingen en afsluitingen te voorkomen. Schuldeisers steken veel geld en tijd in incassomaatregelen. Het netto effect van deze onevenwichtige omgang met eigen verantwoordelijkheid is dat we eerst heilig geloven in eigen verantwoordelijkheid om vervolgens een heel duur apparaat op te tuigen om mensen te disciplineren die de eigen verantwoordelijkheid niet aan kunnen. Bij die disciplinering wordt bovendien veel vaker de stok gehanteerd dan de wortel. Mensen die niet betalen krijgen incassokosten, deurwaarderskosten en rente in rekening gebracht. De schulden worden zo niet kleiner maar groter. Het gevolg van deze ongerijmdheden in het huidige systeem is dat er veel geld wordt gestoken in schuldhulpverlening en aan schuldregelingen, maar veel minder geld wordt gestoken in preventie. En deze dominante aanpak vloekt tegelijkertijd met inzichten uit de psychologie over het ontstaan van schulden.

Het hebben van problematische schulden is geen monopolie van huishoudens met een laag inkomen. Uit onderzoek van het Panteia blijkt dat 30% van de Nederlandse huishoudens te kampen heeft met betalingsachterstanden.

Als mensen geconfronteerd worden met een scheiding of ontslag kunnen ook mensen met een midden of een hoger inkomen te maken krijgen met problematische schulden. Dat laat onverlet dat een groot deel van de mensen die zich meldt bij de schuldhulpverlening moet rondkomen van een minimuminkomen. Sinds 2011 is het percentage ontvangers van

schuldhulpverlening met een inkomen tot modaal gestegen van 74 % tot 87 %.

Uit de minima-effect rapportage gemeente Den Haag 2015 van het NIBUD blijkt dat diverse typen huishoudens domweg onvoldoende inkomen hebben om rond te komen. In Den Haag komt een paar op het minimum (zonder kinderen), na gebruik te maken van de gemeentelijke financiële ondersteuning, € 66,- per maand tekort. Een paar op het minimum, met twee kinderen van 3 en 5, komt € 60 tekort. Een paar op het minimum, met kinderen van 12 en 14 jaar, komt zelfs € 174 per maand te kort om alle uitgaven te doen die het NIBUD als norm hanteert. Het hoogste tekort is een paar met een inkomen van 120% van het minimum met twee kinderen van 12 en 14. Zo’n huishouden komt € 183,- tekort.

Door de hoge huurstijging van 2013 en 2014 en de gelijktijdige versobering van de huurtoeslag is het alleen nog maar moeilijker geworden om rond te komen. Het is de vraag of het ontstaan van betalingsachterstanden in zulke gezinnen het gevolg is van een gebrek aan eigen verantwoordelijkheid of van een onmogelijke opgave.

In de berekeningen van het NIBUD worden geen kosten opgenomen voor incasso, deurwaarders of rente. De veronderstelling is dat mensen tijdig aan hun verplichtingen kunnen voldoen en hun financiële planning onder controle hebben

Het gaat om drie mechanismen die elkaar versterken. Allereerst hebben mensen met weinig geld geen buffer om tegenvallers op te vangen. Het betekent dat een tegenvaller al snel tot een negatieve spiraal leidt. Een tegenvaller zet zo een serie van tegenvallers in werking. Een naheffing van de belastingdienst leidt tot het niet betalen van de huur, dat leidt weer tot incassokosten en is de ene tegenvaller een opmaat voor een volgende tegenvaller. Het tweede mechanisme is de oriëntatie op de korte termijn. Mensen die geconfronteerd worden met schaarste gaan leiden aan tunnelvisie. Het CJIB dreigt nu met gijzeling om betaling af te dwingen, dus betaal ik andere dingen niet om nu dit probleem op te lossen.

Het is het mechanisme waarin het ene gat gevuld wordt met het andere. De eerste twee fenomenen waren goeddeels bekend. Het derde element is relatief nieuw.

Mullainathan en Shafir maar ook Dick Swaab Het creatieve brein, Hoe mens en wereld elkaar maken, laten zien dat mensen die geconfronteerd worden met schaarste, meer stress ervaren. Deze stress gaat ten koste van wat zij bandbreedte noemen; namelijk het werkgeheugen van de hersenen.

Ze halen onderzoek aan waaruit blijkt dat boeren in India in periodes van armoede en stress op een IQ-test 11 punten lager scoren dan in periode van voorspoed en ontspanning. De combinatie van het ontbreken van een buffer, tunnelvisie en verminderde bandbreedte biedt een goede verklaring voor het fenomeen van Baldwin: het is duur om arm te zijn.

Zelfbinding In een hele strikte interpretatie van eigen verantwoordelijkheid is elke bemoeienis een inbreuk op de vrijheid. Deze strikte interpretatie is gebaseerd op een negatief vrijheidsbegrip. Iemand is vrij als hij vrij is van belemmeringen van buiten. Daar staat een positief vrijheidsbeeld tegenover. Bij dit positieve vrijheidsbegrip gaat het niet om vrij zijn van belemmeringen, maar vrij zijn om de eigen levensvoorkeuren tot uitdrukking te brengen. Een negatief vrijheidsbeeld is gebaseerd op een tegenstelling tussen een eenduidige eigen wil en een vijandige buitenwereld. Beide elementen uit het negatieve vrijheidsideaal zijn illusies. Mensen hebben tegenstrijdige wensen. In de filosofie wordt wel een onderscheid gemaakt tussen eerste en tweede orde voorkeuren.

Radicale schuldpreventie moet zich richten op het verleiden van mensen om zich te binden, om zich te wapenen tegen de verleiding om het geld te besteden aan andere dingen dan hun financiële verplichtingen. Het gekke is namelijk dat mensen helemaal niet vrij zijn om de huur, de zorgverzekering of hun gas en licht niet te betalen. Het zijn niet voor niks financiële verplichtingen. De praktijk is alleen zo dat we mensen elke maand in de verleiding brengen om niet aan hun verplichtingen te voldoen. In plaats van mensen elke maand in de verleiding te brengen om de vaste lasten niet te betalen is het beter om ze te verleiden om hun financiën zo in te richten dat er een verzekerde betaling is van de vaste lasten. Zo worden problematisch schulden voorkomen. Deze andere inrichting van de financiën is zo bezien geen inbreuk op de vrijheid, maar een versterking van de vrijheid.

Een laatste vraagteken betreft de effectiviteit van budgettrainingen. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat er veel budgettrainingen nodig zijn voor ze effect hebben. De meeste budgettrainingen zijn daarentegen kortstondig. Voor Mullainathan en Shafir is de gebrekkige effectiviteit van budgettrainingen geen verrassing. Het is niet makkelijk om mensen die te kampen hebben met een beperkte bandbreedte iets te leren. Een bewindvoerder vatte het kernachtig samen: ‘Je moet mensen niet iets leren, je moet ze faciliteren.’

De vuistregel van Mullainathan en Shafir sluit precies aan bij het systeem dat bewindvoerders hanteren. Daar wordt gewerkt met twee rekeningen. Een rekening waar het geld binnenkomt en waar de vaste lasten van worden betaald en een rekening waar het leefgeld naartoe wordt overgemaakt. Dit simpele systeem voorkomt dat er nog incassokosten worden gemaakt en geeft mensen inzicht in hoeveel geld ze per week te besteden hebben. Een bewindvoerder die we hebben geïnterviewd, vertelde hoe zeer haar klanten verrast zijn dat ze ineens in staat zijn om te sparen en een buffer te vormen voor tegenslagen. Ze hebben altijd gedacht dat ze het einde van de maand niet zouden halen omdat er structureel te weinig binnen kwam. En alles dat werd uitgegeven ook echt noodzakelijke uitgaven leken.

Budgetbeheer en bewindvoering hebben ook een nadeel. Mensen krijgen pas budgetbeheer als ze het zelf niet kunnen. Het is dus een maatregel voor mensen die falen. Het plaatst mensen bovendien in een afhankelijke positie ten opzichte van de budgetbeheerder of de bewindvoerder. Zij bepalen immers of de buffer gebruikt mag worden voor extra uitgaven. Het stimuleert zo een bedelrelatie tussen de bewoner en de budgetbeheerder. Interessanter is het daarom om te verkennen of het mogelijk is om de vuistregels van het budgetbeheer te gebruiken voor een systeem waarin mensen vrijwillige kiezen voor zelfbinding en daarvoor beloond worden met een leven zonder kosten voor incasso’s en deurwaarders. Het is dan niet een systeem voor mensen die falen, maar voor mensen die zelfbewust kiezen voor een andere inrichting van hun financiën.

Deze radicale schuldpreventie levert ook grote besparingen op voor de ontvangers van de vaste lasten, voor werkgevers en voor de gemeenten. Het verdient aanbeveling om de uitgespaarde maatschappelijke kosten deels te verzilveren en de opbrengst te gebruiken om radicale schuldpreventie te kunnen financieren. Dat betekent dat alle partijen die winst hebben bij een systeem een bijdrage leveren aan de financiering van deze financiële dienstverlening.

Problemen van inwoners van Gemeenten

Binnen de Gemeente worden door overheden steeds meer ontwikkelingen gevraagd waarbij de samenleving steeds meer regulerend en organiserend optreedt en waarbij de overheid een beperkte scheppende en stimulerende rol speelt. Het burgerinitiatief betrekt burgers bij de ontwikkeling en kunnen dus mee bijdragen aan het publieke domein, waarbij sociaal aandeelhouderschap een onderdeel is. Echter veel Gemeenten hebben de subsidies voor armoedebestrijding in de algemene pot gezet en houden vast aan de subsidiering van de huidige gevestigde orde waardoor innovatie onmogelijk wordt gemaakt.

Probleem 1. Wanbetaling zorgverzekeringen.

Eén op de zes mensen in de bijstand is een wanbetaler voor de zorgverzekering. Zij moeten de bestuursrechtelijke premie betalen aan het Zorginstituut Nederland. Deze premie bedraagt € 152,30 per maand. Dat is ongeveer € 50 euro per maand meer dan een gewone basisziekteverzekering. Dat is € 600 per jaar. Het is een pijnlijk voorbeeld van het mechanisme dat James Baldwin benoemt. Juist mensen met weinig geld zijn duurder uit. Amerikaans onderzoek heeft laten zien dat mensen met een bescheiden inkomen tot wel 5% van hun inkomen kwijt zijn aan incassokosten, deurwaarderskosten en debetrente. Vergelijkbare cijfers voor Nederland kennen wij niet, maar incassomedewerkers van woningcorporaties en zorgverzekeringen herkennen het fenomeen. Er zijn mensen die herhaaldelijk hun verplichtingen pas nakomen nadat incassokosten in rekening zijn gebracht.

Probleem 2. Arbeidsparticipatie

Mensen met schulden zitten naar schatting 4-12 maanden langer in een uitkering. Werknemers met financiële problemen zijn gemiddeld 9 dagen per jaar meer ziek.

Voor een derde van de werkgevers vormen financiële problemen een reden om een tijdelijk contract niet te verlengen. Waarom ze dat doen wordt in het rapport niet vermeld. Het kan zijn dat ze financiële problemen zien als een risico voor het goed functioneren van de medewerker. Een groot deel van de bewoners die zich melden bij sociale wijkteams hebben financiële problemen. De financiële problemen zijn dan ook vaak een belemmering om het heft in eigen hand te nemen.

Probleem 3: Uithuis zettingen

Het aantal vonnissen voor uit huis zettingen wegens huurschuld of wanbetaling hypotheek is 19.000 per jaar waarbij ongeveer 10.000 per jaar effectief worden uitgevoerd. Jaarlijks worden dus tienduizend gezinnen met of zonder kinderen op straat gezet.

Kleine Gemeenten kunnen niet zeggen dat deze problematiek niet speelt, elke Gemeente heeft te maken met deze problemen.

Elke uit huis zetting is schending van het mensenrecht op goede huisvesting. De medewerker van de woningcorporatie vertelde dat er mensen zijn die wel drie keer per jaar de incassokosten betalen. Dat is € 120 per jaar. Sommige huurders komen pas in actie nadat een woningcorporatie een gerechtelijke uitspraak heeft om over te gaan tot ontruiming. De kosten van zo’n traject bedragen een slordige € 700 die bij de huurder in rekening worden gebracht. Zo ontstaat gemakkelijk een negatieve spiraal waarbij mensen alleen maar dieper in de financiële problemen komen te zitten.

Probleem 4. Laag geletterdheid. Analfabetisme en Non inburgering

Maar liefst 2,5 miljoen mensen in Nederland van 16 jaar en ouder hebben moeite met lezen, schrijven, en/of rekenen. In de leeftijdsgroep tussen de 16 en 65 jaar gaat het om 1,3 miljoen Nederlanders die moeite hebben met taal. In tegenstelling tot wat veel mensen misschien denken is tweederde van deze mensen van Nederlandse afkomst. Schaamte, onbegrip en voor dagelijkse bezigheden afhankelijk zijn van anderen. Moeite hebben met lezen en schrijven heeft grote gevolgen. Wanneer je informatie niet goed begrijpt, is de kans groot dat je minder zelfredzaam, minder sociaal actief en minder gezond bent dan geletterde mensen. Je vindt bijvoorbeeld minder snel een baan en je hebt minder grip op je geldzaken en gezondheid.

Laaggeletterdheid is een term voor mensen die grote moeite hebben met lezen, schrijven en/of rekenen. Mensen die laaggeletterd zijn, zijn geen analfabeten. Ze kunnen wel lezen en schrijven, maar beheersen niet het eindniveau vmbo of niveau mbo-2/3. Alle brieven van de overheid zijn gesteld in het hoogste taalniveau.

Mensen die laaggeletterd zijn hebben onder meer moeite met:

Formulieren invullen (zorgtoeslag, belasting, etc.)

Straatnaamborden lezen, reizen met openbaar vervoer

Voorlezen aan (klein)kinderen

Pinnen en digitaal betalen

Werken met de computer, solliciteren

Begrijpen van informatie over gezondheid en zorg

OPLOSSING EN ACTIVITEIT 1. ONS DIENMODEL

Er is gezien de systeem fouten zie probleem 1, 2 en 3. een nieuwe Politieke (proces) innovatie nodig omdat:
1.a) beleid niet (voldoende) in samenwerking met burgers en bedrijven wordt gevormd; waarbij een enorm potentieel aan kennis en kunde ongebruikt blijft
2.b) bestaand beleid van het oude stempel tot veel bureaucratie leidt met hoge uitvoeringskosten en lage maatschappelijke meerwaarde
3.c) er veel ad hoc (en te gedetailleerd , op uitzonderingen gericht) beleidsontwikkeling plaats vindt waarbij ondanks hoge beleidsontwikkeling/ wetgevingskosten geen integrale en duurzame oplossingen worden gecreëerd voor wezenlijke maatschappelijke vraagstukken.
4.d) beleidsvorming te weinig gebaseerd is op een lange termijn visie op de moderne samenleving en teveel gebaseerd op traditionele politieke standpunten en op handhaving van belangen en machtsposities

Politieke procesinnovatie moet leiden tot het op een productieve wijze tot stand brengen van integrale, duurzame, effectieve en betaalbare/ beheerbare oplossingen voor wezenlijke maatschappelijke vraagstukken gebruik makend van het kennispotentieel van burgers en bedrijven. Voorbeelden van wezenlijke maatschappelijke vraagstukken zijn: wonen en leven, integratie, duurzaamheid, kennisintensieve economie, mobiliteit, veiligheid.

Kenmerken van een innovatief politiek “bedrijf” zijn:
•meer gericht op feiten dan op modieuze opvattingen en hypes
•meer vanaf het begin samenwerken dan achteraf verkrijgen van draagvlak (van burgers, etc.)
•meer lering trekken (evaluatie) dan telkens nieuwe bedenksels lanceren
•meer proactief, op basis van visie, dan reactief, op basis van incidenten of calamiteiten
•meer integraal of holistisch dan fragmentarisch vanuit kokervisies of beleidskoninkrijkjes
•meer forceren van doorbraken dan fijnmazig verbeteren van de bestaande verhoudingen
•meer vanuit netwerken en ketens dan vanuit grootschalige, anonieme en verbureaucratiseerde (met functiescheiding/taaksplitsing) overheidsorganisaties
•meer vanuit het algemeen belang dan vanuit de vele uitzonderingen en deelbelangen
•meer normale mensentaal dan academisch jargon
•meer vanuit dienstbaarheid dan vanuit macht
•meer vanuit kennisdelen dan vanuit afschermen en beveiligen van kennis

ACTIVITEIT 1. ONS DIENMODEL

ONDERSTEUNING VAN MENSEN DIE MOEITE HEBBEN OM MEE TE DOEN.

HUMAAN LOKAAL / VERSTERKEN VAN ZELFREDZAAMHEID / ONDERLINGE HULPVERLENING / BURGERSCHAP / PARTICIPATIE.

We organiseren hiervoor de volgende activiteiten:
•inburgering statushouders/ vluchtelingen
•studie. huiswerkbegeleiding, jeugd en jongerenwerk / preventieve jeugdzorg/ buitenschoolse opvang

*taalhuis- aanpak van laaggeletterdheid.
•zorgmentoren begeleiding en mantelzorgondersteuning, persoonlijke ontwikkeling en verwerving van kennis houding en vaardigheden
•sociaal juridische hulpverlening ook aan klein zelfstandigen
•opvoedondersteuning voor ouders van kinderen tot 23 jaar
•netwerkversterking voor iedereen, ouderen in het bijzonder, waarbij participatie en zelfredzaamheid centraal staan
•onderlinge hulp verlening aan medemensen
•sociaal aandeelhouderschap/ participatie en meedoen.
•laagdrempelig aanbod van muziek/ film/theater/toneel/cultuur

Wij bevorderen tevens hierdoor de sociale cohesie, door het aanbod van laagdrempelig aanbod van muziek, theater, toneel, cultuur.

ACTIVITEIT 2.

HET BEREIKEN EN MOTIVEREN VAN MOEILIJK BEREIKBARE GROEPEN MENSEN MET FINANCIELE PROBLEMEN

Mensen met schulden zijn alleen te bereiken via deurwaarders, Gemeentelijke overheden, de sociale dienst, team welzijn, de energie maatschappij, de zorgverzekeraar en de woningbouw cooperatie.

Onze activiteit is het verbinden en samenwerken met deze keten partners om samen met hen een inventarisatie te maken van de mensen met schulden en daarop af gaan.

Een tweede activiteit is het organiseren van open spreekuren, koffieochtend en middagen of avonden. Een plek waar deze mensen terecht kunnen voor hun problemen en ervaringsdeskundigen en lotgenoten treffen kunne.

Er worden dus wijkteams georganiseerd met open avonden die de schuldenproblematiek aankaart in de wijken.

Laagdrempelige koffie bijeenkomsten, eettafels en culturele avondjes met muziek of film is een van de mogelijkheden om deze mensen te bereiken.

ACTIVITEIT 3

HET VERSTERKEN VAN AANDACHT VOOR ARMOEDE EN SCHULDEN IN HET SOCIAAL DOMEIN EN WIJKAANPAK.

Was die overheid er niet juist om de burger verder te helpen? Dat zou betekenen dat de burger centraal staat en dat de overheid het niet moet bedenken voor de burger, maar dat de burger het moet bedenken voor de overheid. En… in die situatie stelt diezelfde burger de eisen waarlangs de overheid wel of niet de participatieladder op mag. En ziedaar: de rollen op de participatieladder moeten worden omgedraaid! Het uitgangspunt is niet dat de burger steeds meer betrokken wordt door de overheid, maar dat de overheid steeds meer betrokken wordt door de burger, naarmate die dat nodig acht. Als de burger er zelf uitkomt, dan wordt het gemeentebestuur geïnformeerd over de uitkomsten en wordt dat het besluit. Als de burger er niet goed uitkomt, dan wordt het gemeentebestuur geraadpleegd of om advies gevraagd. Of misschien wil de burger uiteindelijk wel coproduceren, of samen beslissen met het gemeentebestuur.

SOCIALE COOPERATIE / BEWONERSBEDRIJF

WIJ HUMAAN LOKAAL WILLEN GAAN WERKEN MET DE OPRICHTING VAN BEWONERSBEDRIJVEN.

MEN WERKT DAN IN SOCIALE COOPERATIES IN DE WIJK.

Een Sociale Coöperatie is een organisatie van burgers met lage inkomens gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid. Ondernemerschap staat in het teken van zélf activiteiten ontplooien.

. Bewoners hebben de bestuurlijke leiding en zij beslissen of en zo ja, welke beroepskrachten ingehuurd moeten en kunnen worden.

Het BewonersBedrijf: werkt aan economische, fysieke en sociale ontwikkeling van een gebied waarin bewoners zichzelf herkennen

Is onafhankelijk, zelfvoorzienend en winst vloeit terug naar de wijk en komt niet bij private personen terecht

Is geïnitieerd door (komt voort uit) bewoners, is in bezit van bewoners en wordt bestuurd door bewoners

Is gericht op samenwerking met bewonersverenigingen, lokale overheid, instellingen en bedrijven.

Zo ontstaat een dynamische omgeving waarin heel veel verschillende mensen een plek en/of een dagbesteding vinden. Jong of oud, gezond of ziek, lager of hoger opgeleid, ondernemers of bewoners, allochtoon of autochtoon.

SOCIALE SUPERMARKT

De dagelijkse boodschappen doen kan voor mensen met een minimuminkomen een dure en moeilijke kwestie zijn een nieuwe supermarkt waar minima voor bijna de helft van het geld hun dagelijkse boodschappen kunnen doen.

Het doel van de sociale supermarkt is om niet alleen mensen met weinig inkomen te helpen aan goedkope boodschappen, maar tegelijkertijd ook ervoor te zorgen dat mensen met een uitkering aan het werk kunnen in de sociale supermarkt, zich daar verder ontwikkelen, en uiteindelijk zelfs door kunnen stromen tot werk in bijvoorbeeld een reguliere supermarkt.

De super streeft ernaar om vijfhonderd producten aan te bieden, alles wat je normaal ook in een supermarkt kunt kopen, maar dan maar van één merk en flink goedkoper. Klanten zijn slechts een paar tientjes per maand kwijt zijn. „Mensen moeten bij ons wel gewoon betalen voor de boodschappen”, Hoe weinig het ook is, mensen moeten leren de waarde van geld te zien en daarmee om te gaan.” Er zal geen alcohol of tabak verkrijgbaar zijn.

Daarnaast zal er ook een restaurantgedeelte komen waar minima voor vijf euro een driegangendiner kunnen krijgen, samengesteld van dagverse producten die anders wellicht weggegooid zouden worden. „Op termijn willen we nog sterker voedselverspilling tegengaan, dit is een eerste stap. De supermarkt zal worden gerund door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. De supermarkt bedoeld voor mensen met een minimuminkomen. Klanten kunnen ook zelf een beroep doen op de kortingen in de supermarkt. „Denk aan AOW’ers, ZZP’ers met een nog klein inkomen”,wij doen dan een korte check naar hun inkomen en dan is het goed. Ook andere mensen zijn welkom, het is een gewone supermarkt, alleen laten minima een pasje zien bij de kassa. We willen niet dat mensen voortdurend worden geconfronteerd met hun problemen: we willen geen stigmatisering.” Daarom is de supermarkt ook open voor mensen met een modaal of bovengemiddeld inkomen.

We hopen dat we uiteindelijk geld overhouden, zodat we nog meer mensen een betaalde baan kunnen aanbieden en de prijzen nog verder omlaag kunnen gooien.” De bedoeling is dat de sociale supermarkt zo succesvol wordt dat het concept uitgerold kan worden naar andere steden in Nederland.

—————————————————————————————————————–

PROJECT EN BEGROTINGS / INVESTERINGSPLAN AANPAK ARMOEDE SCHULDEN ONS DIENMODEL

• Het met de subsidie beoogde resultaat

1.SOCIALE SUPERMARKT

De dagelijkse boodschappen doen kan voor mensen met een minimuminkomen een dure en moeilijke kwestie zijn, daarom willen wij een nieuwe supermarkt waar minima voor bijna de helft van het geld hun dagelijkse boodschappen kunnen doen.

Het doel van de sociale supermarkt is om niet alleen mensen met weinig inkomen te helpen aan goedkope boodschappen, maar tegelijkertijd ook ervoor te zorgen dat mensen met een uitkering aan het werk kunnen in de sociale supermarkt, zich daar verder ontwikkelen, en uiteindelijk zelfs door kunnen stromen tot werk in bijvoorbeeld een reguliere supermarkt.

De super streeft ernaar om vijfhonderd producten aan te bieden, alles wat je normaal ook in een supermarkt kunt kopen, maar dan maar van één merk en flink goedkoper. Klanten zijn slechts een paar tientjes per maand kwijt zijn. „Mensen moeten bij ons wel gewoon betalen voor de boodschappen”, Hoe weinig het ook is, mensen moeten leren de waarde van geld te zien en daarmee om te gaan.” Er zal geen alcohol of tabak verkrijgbaar zijn.

Daarnaast zal er ook een restaurantgedeelte komen waar minima voor vijf euro een driegangendiner kunnen krijgen, samengesteld van dagverse producten die anders wellicht weggegooid zouden worden. „Op termijn willen we nog sterker voedselverspilling tegengaan, dit is een eerste stap. De supermarkt zal worden gerund door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. De supermarkt bedoeld voor mensen met een minimuminkomen. Klanten kunnen ook zelf een beroep doen op de kortingen in de supermarkt. „Denk aan AOW’ers, ZZP’ers met een nog klein inkomen”,wij doen dan een korte check naar hun inkomen en dan is het goed..

1.GOEDE BUDGETCOACHING / SCHULDHULPVERLENING / BEWINDVOERING RADICALE INTEGRALE SCHULDPREVENTIE MET DE METHODIEK TAAKGERICHT CASE WORK

Het idee dat voorkomen beter is dan genezen, is geen originele gedachte. Het is ook niet waar dat niks wordt gedaan aan preventie. Mensen zijn pas bereid om iets te leren of te veranderen als ze weten welke vaardigheden hen ontbreekt. Wat vaak ontbreekt is het geloof dat er iets aan te doen is. Want financiële problemen hangen bijna altijd samen met problemen op andere levensdomeinen. De vaardigheden die nodig zijn hier zelfvoorzienend in te worden overlappen met elkaar: prioriteren, ordenen en plannen. Als er alleen aandacht is voor het opbouwen van financiële vaardigheden blijft het gezinssysteem op andere fronten nog altijd kwetsbaar. De belangrijkste strategie van het taakgericht casework berust op de veronderstelling dat de effektiviteit van de in het casework toegepaste methoden vergroot kunnen worden door de klient te helpen en aan te moedigen een zelf gekozen doel binnen een kort tijdsbestek te verwezenlijken. De methodiek is zeer goed toepasbaar op concrete doelen.

1. 100 GEMEENTEEN EEN SOCIALE COOPERATIE/ SOCIALE SUPERMARKT
2. 100 GEMEENTEN 100 BIJSTANDSGERECHTIGDEN UIT DE BIJSTAND VIA REINTEGRATIE/ SCHULDHULPVERLENING / TRAJECTBEGELEIDING/JOBCOACHING.
3.BESPARING VAN ZORGKOSTEN IN DE ARMSTE WIJKEN VAN 20 MILJOEN
4.BESPARING VAN KOSTEN VAN SCHULDEN LANDELIJK GEZIEN 10 MILJARD.

• De toegevoegde waarde van dit project.

Humaan Lokaal heeft maatschappelijke lokale meerwaarde, het initiatief is gericht op inwoners van de Gemeente. De organisatie organiseert de volgende activiteiten samenhangend met wettelijke verplichte taken en voorzieningen van de Gemeente zelf. Het burgerinitiatief heeft de doelen De leden van een Sociale Coöperatie kunnen sámen doelen bereiken die voor ieder apart onbereikbaar zijn. Zo kunnen mensen samen hindernissen opruimen en kansen scheppen om hun eigen situatie te verbeteren.

BewonersBedrijven zijn bedrijven van, voor en door bewoners. Het zijn wijkondernemingen met als doel het permanent verbeteren van de leefbaarheid in de directe omgeving. BewonersBedrijven willen hun buurt economisch, fysiek en sociaal helpen ontwikkelen.

BewonersBedrijven ontstaan van onderaf: op initiatief van bewoners. Ze zijn onafhankelijk en werken samen met anderen wanneer dat past in hun activiteiten. Ze verwerven inkomsten door projectsubsidies, exploitatie van gebouwen, activiteiten, deelnemersbijdragen en bijdragen uit fondsen. BewonersBedrijven verdienen zoveel mogelijk hun eigen geld en komen daardoor losser te staan van subsidies en hun verstrekkers

Het bevordert de sociale cohesie in de wijk en verkleint de afstand tussen burger en overheid.

• Waarom subsidie noodzakelijk is om dit doel te bereiken.

De doelen die omschreven staan worden niet zomaar bereikt. Ook niet door wetgeving van bovenaf. Er is een grote kloof. Armoede heeft met verschillende mensenrechten te maken. Volgens het VN-comité inzake economische, sociale en culturele rechten is er sprake van armoede als er voor lange tijd een tekort is aan middelen om behoorlijk te kunnen leven. Daarbij gaat het ook om een tekort aan mogelijkheden die nodig zijn om andere mensenrechten waar te maken. Bijvoorbeeld het recht op gezondheid, onderdak, onderwijs en werk. In 2015 heeft het CBS een rapport uitgebracht over wat de gevolgen van armoede zijn. Ook hierin komen de negatieve effecten terug op de gezondheid, woonsituatie en deelname aan de samenleving. Maar ook op het recht op deelname aan de politiek en het oprichten van een nieuwe partij. De hoogte van de waarborgsommen en de kosten van publiciteit verhindert dit specifiek. Alleen rijken kunnen meedoen.

Bij ons is een subsidie geen kostenpost, maar een investering teneinde kosten te voorkomen.

• Hoe is de duurzaamheid van het resultaat van het project gewaarborgd ?

De bedoeling van het Bewonersbedrijf is om bewoners zelf het stuur in handen te geven, hen een eigen bedrijf in de wijk te laten ontplooien. Een bestuur van wijkbewoners heeft, onder leiding van een zakelijk leider, de leiding over het bedrijf in handen. Zo is er én werkgelegenheid voor mensen in de wijk én komen er opbrengsten vrij die mensen in hun eigen omgeving kunnen inzetten voor sociale projecten.

Het doel is tweeledig; het trekt mensen naar zich toe en het stuurt vitale energie de wijk in. Dat werkt zo: enerzijds is het een ontmoetingscentrum voor bewoners en ondernemers van het gebouw zelf én voor alle wijkbewoners. Het is een plek waar ze activiteiten kunnen organiseren en waar activiteiten georganiseerd worden

BEGROTING / INVESTERING / PROJECT

1.Werving activiteiten , netwerk activiteiten, bezoeken aan de achterstandswijken, club en buurthuizen, adverteren, flyers, bijeenkomsten met muziek en presentaties door de wijken.

Muziek van Harry loco producties 30 optredens ad 200 ,– 6.000,–

Reclame, advertenties, werving, publiciteit 100.000,–

Onvoorzien / diverse kosten 40.000,–

Notariskosten / oprichtingskosten 8.000,–

VOOR OPRICHTING COOPERATIES PRUBLICITEIT EN WERVING 154.000,–

1.: •inburgering statushouders/ vluchtelingen De inburgering kan tegen een kostprijs van 6.000 euro per statushouder worden gegeven ipv de huidige 10.000, euro via commerciele aanbieders.

•studie. huiswerkbegeleiding, jeugd en jongerenwerk / preventieve jeugdzorg/ buitenschoolse opvang

*taalhuis- aanpak van laaggeletterdheid.
•zorgmentoren begeleiding en mantelzorgondersteuning, persoonlijke ontwikkeling en verwerving van kennis houding en vaardigheden
•sociaal juridische hulpverlening ook aan klein zelfstandigen wordt kosteloos

verstrekt.
•opvoedondersteuning voor ouders van kinderen tot 23 jaar
•netwerkversterking voor iedereen, ouderen in het bijzonder, waarbij participatie en zelfredzaamheid centraal staan
•onderlinge hulp verlening aan medemensen
•sociaal aandeelhouderschap/ participatie en meedoen.
•laagdrempelig aanbod van muziek/ film/theater/toneel/cultuur doormiddel van open podium.

Muziek van Harry loco producties 30 optredens ad 200 ,– 6.000,–

Reclame, advertenties, werving, publiciteit 100.000,–

Onvoorzien / diverse kosten 40.000,–

VOOR ONTWIKKELING VAN BOVENVERMELDE DIENSTEN 146.000,–

HIERMEE IS HET START BUDGET AAN SUBSIDIE/INVESTERING BESTEED.